Getypte brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Getypte brief (ambtelijke correspondentie). 19 februari 1943. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). De Afdeeling Assurantiezaken, Raadhuis, Alhier (Amsterdam). [Handgeschreven in rood potlood:]
Verzonden 19/2
[Rechtsboven getypt:]
VB/HB.
[Geadresseerde:]
de Afdeeling Assurantiezaken,
Raadhuis,
A l h i e r .
===========
[Links:]
103/7/2 M.
[Rechts:]
19 Februari 1943.
[Inhoud:]
Voor de goede orde heb ik de eer U te berichten, dat
het ingangshek van de voormalige speeltuin aan de Gaaspstraat,
waar thans een dagmarkt is gevestigd, vermoedelijk door aan-
rijding is beschadigd. De dader is evenwel onbekend.
Opdracht tot herstel der schade is inmiddels gegeven
aan de Gemeente-Werkplaatsen.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Het betreft een formele ambtelijke kennisgeving betreffende materiële schade aan gemeente-eigendommen. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling rapporteert aan de afdeling verzekeringen (Assurantiezaken) dat een hek bij de Gaaspstraat is beschadigd door een onbekende dader, waarschijnlijk door een voertuig.
De tekst is kort en zakelijk, geschreven in de destijds gebruikelijke hoffelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is de efficiënte afhandeling; de opdracht tot herstel is reeds vergeven aan de Gemeente-Werkplaatsen voordat de brief is verzonden. Hoewel de brief op het eerste gezicht over een triviale kwestie gaat (een kapot hek), is de historische context van de locatie en datum zeer beladen. Het document stamt uit februari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
De genoemde locatie, de Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt, speelde een specifieke rol tijdens de Jodenvervolging. De "voormalige speeltuin" waar een "dagmarkt" was gevestigd, verwijst naar de markt die eind 1941 door de bezetter was aangewezen als een van de weinige plekken waar Joden nog inkopen mochten doen, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen. De speeltuinvereniging ter plaatse was door de nazi-verordeningen verboden terrein geworden voor Joodse kinderen.
Dit document is daarmee een voorbeeld van hoe de bureaucratie van een bezette stad gewoon bleef doorfunctioneren (het rapporteren van kleine schades en verzekeringskwesties), terwijl de locaties waarover gerapporteerd werd het toneel waren van diepgaande segregatie en menselijk leed.
Samenvatting
Het betreft een formele ambtelijke kennisgeving betreffende materiële schade aan gemeente-eigendommen. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke afdeling rapporteert aan de afdeling verzekeringen (Assurantiezaken) dat een hek bij de Gaaspstraat is beschadigd door een onbekende dader, waarschijnlijk door een voertuig.
De tekst is kort en zakelijk, geschreven in de destijds gebruikelijke hoffelijke ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten"). Opvallend is de efficiënte afhandeling; de opdracht tot herstel is reeds vergeven aan de Gemeente-Werkplaatsen voordat de brief is verzonden.
Historische Context
Hoewel de brief op het eerste gezicht over een triviale kwestie gaat (een kapot hek), is de historische context van de locatie en datum zeer beladen. Het document stamt uit februari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
De genoemde locatie, de Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt, speelde een specifieke rol tijdens de Jodenvervolging. De "voormalige speeltuin" waar een "dagmarkt" was gevestigd, verwijst naar de markt die eind 1941 door de bezetter was aangewezen als een van de weinige plekken waar Joden nog inkopen mochten doen, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen. De speeltuinvereniging ter plaatse was door de nazi-verordeningen verboden terrein geworden voor Joodse kinderen.
Dit document is daarmee een voorbeeld van hoe de bureaucratie van een bezette stad gewoon bleef doorfunctioneren (het rapporteren van kleine schades en verzekeringskwesties), terwijl de locaties waarover gerapporteerd werd het toneel waren van diepgaande segregatie en menselijk leed.