Handgeschreven verzoekbrief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven verzoekbrief met ambtelijke kanttekeningen. 29 maart 1943 (verzending), 1 april 1943 (afhandeling). Bernard Godschalk, Tilanusstraat 41 III, Amsterdam. [Linksboven, stempel:]
No. 63/16/1 M. 1943 31/3
[Rechtsboven:]
700
Amsterdam 29 Maart 1943
[Midden boven, handtekening/paraaf:]
m.w. [?]
[Inhoud brief:]
Welede heer.
Ondergeteekende verzoekt alsnog beleefd in aanmerking te
komen voor een vergunning als assistent bij de cantine houder
op de Joodsche markt in de Gaaspstraat den Heer J. Jacobs.
Ik ben al meer als zoodanig in dat bedrijf werkzaam geweest.
Een gunstig antwoord tegemoet ziende teken ik met
de meeste
Hoogachting.
B. Godschalk.
[Postscriptum:]
P. S.
Bernard Godschalk. wonende Tilanusstraat 41 III. geboren
26 September 1915 te Amsterdam. per adres den Heer J. Jacobs.
Joodsche markt Gaaspstraat alhier. Ik ben nu inwonend bij den
Heer Jacobs.
[Onderaan, ambtelijke notities in ander handschrift:]
J Jacobs, no 145? Gaaspstraat
m. i. - geen bezwaar
63/16/2 1-4-43 Acc.
de Haes assistentie-verg. * Taal en toon: De brief is geschreven in formeel, beleefd Nederlands ("Welede heer", "Hoogachting"), kenmerkend voor correspondentie met instanties in die tijd. De spelling is deels verouderd ("Ondergeteekende", "zoodanig", "Joodsche").
* Onderwerp: De schrijver vraagt toestemming om te werken als assistent in de kantine van J. Jacobs op de Joodsche markt in de Gaaspstraat. Hij benadrukt dat hij daar al eerder heeft gewerkt en er inmiddels ook inwoont.
* Handschrift: De hoofdbrief is geschreven in een duidelijk, regelmatig handschrift. De toevoegingen onderaan zijn ambtelijk en sneller genoteerd, ondertekend door "de Haes" met de opmerking "geen bezwaar" en "Acc." (accoord), gedateerd op 1 april 1943.
* Administratieve context: De stempels en nummers duiden op een strikte registratie door de bezettingsautoriteiten of de door hen gecontroleerde gemeentelijke diensten (mogelijk de Marktwezen-administratie). Dit document stamt uit een duistere periode in de Amsterdamse geschiedenis tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 werden Joodse kooplieden door de Duitse bezetter gedwongen hun handel te drijven op speciaal aangewezen "Joodsche markten". De markt in de Gaaspstraat (Transvaalbuurt) was een van de belangrijkste locaties hiervoor.
De datum van de brief (maart 1943) is wrang: op dat moment waren de deportaties van Joodse Amsterdammers naar de vernietigingskampen in volle gang. Voor velen was het hebben van een officiële werkvergunning of een specifieke aanstelling een poging om (tijdelijk) gevrijwaard te blijven van deportatie via een zogenaamde "Sperre".
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat de afzender, Bernard Godschalk (geboren 26-09-1915), kort na deze correspondentie is weggevoerd. Hij werd op 30 april 1943 in Sobibor vermoord. Dit document is daarmee een directe en tragische getuigenis van de pogingen van een individu om via officiële weg zijn dagelijks leven en werk voort te zetten, terwijl de systemische vernietiging om hem heen plaatsvond.