Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 25 januari 1943. Mevr. R. Veldman - Wijnschenk. No. 104/2/1 M. 1943 27 / 25-1-43 / 529
Mijnheer,
In antwoordt op uw schrijven den 29 ste j.l. betreffende het verschuldigde markt-geld van D. Wijnschenk Blasiusstraat 73 III bericht ik u hiermede dat betrokken persoon is opgeroepen voor werk verruiming in Duitsland. hij kan zo doende zijn markt-geld niet meer voldoen.
Met meeste Hoogachting
Mevr: R. Veldman - Wijnschenk.
[Ambtelijke notities onderaan:]
D. Wijnschenk, al 21 Joubertstraat
Gewaarschuwd dat plaats per 20 Januari ’43 zou worden ingetrokken, tenzij uiterlijk 21 Jan. betaling zou plaats vinden.
m.i. opbergen; plaats per 23 Jan ’43 ingetrokken.
Smit. 25/1 ’43
de Boer De kern van dit document is een tragische illustratie van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de bezetting. Mevrouw Veldman-Wijnschenk schrijft namens D. Wijnschenk aan de instantie die over de marktgelden gaat (waarschijnlijk het Marktwezen). Zij legt uit dat de verschuldigde marktgelden niet betaald kunnen worden omdat de betrokkene is opgeroepen voor de zogenoemde "werkverruiming" in Duitsland.
De reactie van de ambtenaren (Smit en De Boer) is puur zakelijk en procedureel: er wordt geconstateerd dat de betalingstermijn is verstreken en dat de marktplaats daarom per 23 januari 1943 is ingetrokken. Het dossier wordt vervolgens gesloten ("opbergen"). Er is geen sprake van coulance of erkenning van de situatie waarin de betrokkene verkeert. * Werkverruiming: Dit was een eufemisme dat door de Duitse bezetter werd gebruikt voor de gedwongen tewerkstelling. Voor de Joodse bevolking betekende dit in deze fase van de oorlog (januari 1943) vaak deportatie naar werkkampen of rechtstreeks naar Westerbork, met de uiteindelijke bestemming de vernietigingskampen in het oosten.
* Locatie: De genoemde adressen (Blasiusstraat en Joubertstraat) bevinden zich in Amsterdam-Oost (de Transvaalbuurt), een wijk die tijdens de bezetting door de nazi's was aangewezen als een van de Joodse wijken.
* De naam Wijnschenk: Dit is een bekende Amsterdamse Joodse familienaam. Veel leden van deze familie waren werkzaam in de ambulante handel (marktkooplieden).
* Bureaucratie van de uitsluiting: Dit document toont hoe de gemeente Amsterdam en haar afdelingen bleven functioneren als een raderwerk dat, door strikt de regels te volgen, bijdroeg aan de economische onteigening en uitsluiting van Joodse burgers, zelfs terwijl zij al gedeporteerd werden. D. Wijnschenk R. Veldman Veldman (Mevrouw) Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
De kern van dit document is een tragische illustratie van de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging in Amsterdam tijdens de bezetting. Mevrouw Veldman-Wijnschenk schrijft namens D. Wijnschenk aan de instantie die over de marktgelden gaat (waarschijnlijk het Marktwezen). Zij legt uit dat de verschuldigde marktgelden niet betaald kunnen worden omdat de betrokkene is opgeroepen voor de zogenoemde "werkverruiming" in Duitsland.
De reactie van de ambtenaren (Smit en De Boer) is puur zakelijk en procedureel: er wordt geconstateerd dat de betalingstermijn is verstreken en dat de marktplaats daarom per 23 januari 1943 is ingetrokken. Het dossier wordt vervolgens gesloten ("opbergen"). Er is geen sprake van coulance of erkenning van de situatie waarin de betrokkene verkeert.
Historische Context
- Werkverruiming: Dit was een eufemisme dat door de Duitse bezetter werd gebruikt voor de gedwongen tewerkstelling. Voor de Joodse bevolking betekende dit in deze fase van de oorlog (januari 1943) vaak deportatie naar werkkampen of rechtstreeks naar Westerbork, met de uiteindelijke bestemming de vernietigingskampen in het oosten.
- Locatie: De genoemde adressen (Blasiusstraat en Joubertstraat) bevinden zich in Amsterdam-Oost (de Transvaalbuurt), een wijk die tijdens de bezetting door de nazi's was aangewezen als een van de Joodse wijken.
- De naam Wijnschenk: Dit is een bekende Amsterdamse Joodse familienaam. Veel leden van deze familie waren werkzaam in de ambulante handel (marktkooplieden).
- Bureaucratie van de uitsluiting: Dit document toont hoe de gemeente Amsterdam en haar afdelingen bleven functioneren als een raderwerk dat, door strikt de regels te volgen, bijdroeg aan de economische onteigening en uitsluiting van Joodse burgers, zelfs terwijl zij al gedeporteerd werden.