Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst Marktwezen.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst Marktwezen. 30 maart 1943 (volgens stempel). M. Roselaar-Koopman. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel bovenin:] No. 104/5/ M. 1943 30/3
[Rechtsboven handgeschreven:] 702
Aan den Heer
Directeur van het
Marktwezen
Geachte Heer
U gelieve de Standplaats
van Joubertstraat
L. Roselaar 1-9-’03
Waterlooplein 41
over te zetten op zijn vrouw
M. Roselaar-
Koopman
10-1-’07
aangezien de man vertrokken is.
Hoogachtend
M. Roselaar
[Aantekening linksonder:]
Inspecteur,
mij geen bezwaar. 7/4 ’43
[Handtekening: Dekker]
ontvangen
[Aantekening rechtsonder:]
plaats overgeschreven
op naam van
echtgenoote.
HB. 3/4 ’43. [mogelijk 5/4] Het document is een formeel verzoek van een vrouw (Marianna Roselaar-Koopman, geboren 10 januari 1907) om de vergunning voor een marktstandplaats op het Waterlooplein in Amsterdam over te nemen van haar echtgenoot (Louis Roselaar, geboren 1 september 1903).
De reden voor de overdracht wordt kort en zakelijk omschreven: "aangezien de man vertrokken is."
De administratieve verwerking is op het document zelf te volgen:
* 30 maart: Brief binnengekomen bij Marktwezen.
* 3 april: De overschrijving wordt administratief verwerkt ("plaats overgeschreven").
* 7 april: De inspecteur (Dekker) tekent af dat er geen bezwaar is. Dit document stamt uit een van de zwartste periodes van de Nederlandse geschiedenis. In het voorjaar van 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang. De korte zin "aangezien de man vertrokken is" is in deze context een eufemisme voor deportatie.
Louis Roselaar en Marianna Koopman waren een Joods echtpaar. Uit archiefstukken (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat Louis Roselaar inderdaad rond deze tijd werd weggevoerd. Door de standplaats op haar naam te laten zetten, deed Marianna waarschijnlijk een wanhopige poging om de bron van inkomsten voor het gezin veilig te stellen, of om aan te tonen dat zij nog "economisch nuttig" werk verrichtte.
De bureaucratische efficiëntie waarmee de ambtenaren van het Marktwezen het verzoek afhandelden — terwijl zij wisten waarom deze kooplieden "vertrokken" — is kenmerkend voor de wijze waarop het gemeentelijk apparaat onder bezetting bleef functioneren. Uit historische bronnen weten we dat Louis en Marianna Roselaar de Holocaust niet hebben overleefd; beiden zijn omgebracht in Sobibor. L. Roselaar M. Roselaar Marktwezen
Samenvatting
Het document is een formeel verzoek van een vrouw (Marianna Roselaar-Koopman, geboren 10 januari 1907) om de vergunning voor een marktstandplaats op het Waterlooplein in Amsterdam over te nemen van haar echtgenoot (Louis Roselaar, geboren 1 september 1903).
De reden voor de overdracht wordt kort en zakelijk omschreven: "aangezien de man vertrokken is."
De administratieve verwerking is op het document zelf te volgen:
* 30 maart: Brief binnengekomen bij Marktwezen.
* 3 april: De overschrijving wordt administratief verwerkt ("plaats overgeschreven").
* 7 april: De inspecteur (Dekker) tekent af dat er geen bezwaar is.
Historische Context
Dit document stamt uit een van de zwartste periodes van de Nederlandse geschiedenis. In het voorjaar van 1943 was de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang. De korte zin "aangezien de man vertrokken is" is in deze context een eufemisme voor deportatie.
Louis Roselaar en Marianna Koopman waren een Joods echtpaar. Uit archiefstukken (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat Louis Roselaar inderdaad rond deze tijd werd weggevoerd. Door de standplaats op haar naam te laten zetten, deed Marianna waarschijnlijk een wanhopige poging om de bron van inkomsten voor het gezin veilig te stellen, of om aan te tonen dat zij nog "economisch nuttig" werk verrichtte.
De bureaucratische efficiëntie waarmee de ambtenaren van het Marktwezen het verzoek afhandelden — terwijl zij wisten waarom deze kooplieden "vertrokken" — is kenmerkend voor de wijze waarop het gemeentelijk apparaat onder bezetting bleef functioneren. Uit historische bronnen weten we dat Louis en Marianna Roselaar de Holocaust niet hebben overleefd; beiden zijn omgebracht in Sobibor.