Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 349
Dossier 2C
Jaar 1943
Stadsarchief

Officiële circulaire (pagina 3).

12 februari 1943. Van: Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.

Origineel

Officiële circulaire (pagina 3). 12 februari 1943. Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. -3-
Circ. No. 21/'43 dd. 12 Febr. 1943.
APPELEN : _________ B. __
Groep I: Cox Oranje Pippin enz. per 100 kg. f. 32.50
" II: Goudreinetten " " 100 " " 25.-
" III: Brab. bellefleur " " 100 " " 23.50
" IV: Jacques Lebel " " 100 " " 23.50
" V: overige soorten " " 100 " " 19.-

Wij wijzen U er op, dat voor de niet in onze circulaire genoemde producten, ingevolge de bekendmaking op grond van artikel I van de Prijzenbeschikking 1941 Groenten en Fruit, de laatst aangegeven prijzen blijven gelden.

UITSCHOT.
Producten die onder normale omstandigheden afgekeurd zouden moeten worden, mogen thans als "uitschot" worden geveild tegen 50 % van den voor het afwijkende product vastgestelden prijs.

VERDEELING VAN DEN AANVOER. Export Binnenland
Industrie Versch
Koolrabi (glas) 100 % - -
Roode peen en gele peen zonder
lof, schorseneeren, prei, spruit-
kool, roode- en savoyekool,
knolselderij, koolrapen A.+ B.
en veldsla 60 % .. 40 %
Witte kool 50 % 40 % 10 %
Kroten en raapstelen 50 % - 50 %
Uien 30 % - 70 %

De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of den exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.

WITTE KOOL.
De voor de industrie bestemde 40 % dient te worden gemeld bij den Heer A. de Waal, Secretaris Sectie Zuurkool van de Vakgroep Groentenverwerkende Industrie, Hofplein B.4 te Alkmaar, telefoon no. 2256.

UIEN.
Afgekeurde of stek-uien mogen worden geveild tegen een prijs van ten hoogste f. 3.90 per 100 kg.

RADIJS.
Voor radijs gelden de bekende kwaliteitsvoorschriften, met dien verstande, dat ongewasschen radijs niet mag worden aangevoerd.

RAAPSTELEN.
Ook voor dit product blijven de bestaande kwaliteitsvoorschriften volledig gehandhaafd, terwijl bovendien het product voldoende grof en tenminste 25 cm. lang moet zijn. Raapstelen, die hieraan niet voldoen, moeten als "afwijkend" worden geveild.

KOOLRAPEN.
Slechts de A. en de B. kwaliteit mag voor export en binnenland worden bestemd. Het afgekeurde product dient als veevoeder te worden geruimd.

BOSSELDERIJ EN PETERSELIE.
Deze moeten minstens 12 cm. lang zijn (gemeten zonder wortels). Bosselderij mag ook zonder wortels worden aangevoerd, mits de planten tenminste 12 cm. lang zijn. De overige kwaliteitseischen voor deze producten, alsmede de doorsnede der bossen van tenminste 3 cm. blijven onveranderd.

KOOLRABI.
Voor de kwaliteitseischen van dit product verwijzen wij naar onze circulaire No. 19/'43.

NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE : -
[Ondertekend met twee handtekeningen] * Economische controle: Het document illustreert de verregaande centrale sturing van de Nederlandse landbouw tijdens de Tweede Wereldoorlog. De overheid (onder toezicht van de bezetter) bepaalde niet alleen de prijzen tot op de cent nauwkeurig, maar ook de exacte bestemming van de oogst.
* Exportprioriteit: De tabel "Verdeeling van den aanvoer" is veelzeggend. Voor veel producten (zoals peen, prei en spruitkool) was 60% bestemd voor export, en voor koolrabi (glas) zelfs 100%. In de context van 1943 betekende 'export' vrijwel uitsluitend verzending naar nazi-Duitsland om de Duitse bevolking en legers te voeden.
* Kwaliteitsbeheer: Ondanks de oorlogstijd en dreigende tekorten werd er streng toegezien op kwaliteit (bijv. de lengte van raapstelen en bosselderij). Producten die niet aan de eisen voldeden, werden bestempeld als 'uitschot' of 'afwijkend', wat resulteerde in een halvering van de prijs of bestemming als veevoer. Dit document stamt uit februari 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de hele keten van teler tot consument beheerde.

De tekst toont de bureaucratische kant van de exploitatie van Nederland: terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds krappere rantsoenen, werd een groot deel van de gezonde groenten (zoals witte kool voor de zuurkoolindustrie in Alkmaar of verse bladgroenten) direct geclaimd voor de Duitse oorlogsmachine. De vermelding dat producten die op de binnenlandse markt "den exportprijs niet opbrengen" alsnog geëxporteerd moesten worden, onderstreept dat het economisch belang van de bezetter altijd voorrang had op de lokale voedselvoorziening.

Samenvatting

  • Economische controle: Het document illustreert de verregaande centrale sturing van de Nederlandse landbouw tijdens de Tweede Wereldoorlog. De overheid (onder toezicht van de bezetter) bepaalde niet alleen de prijzen tot op de cent nauwkeurig, maar ook de exacte bestemming van de oogst.
  • Exportprioriteit: De tabel "Verdeeling van den aanvoer" is veelzeggend. Voor veel producten (zoals peen, prei en spruitkool) was 60% bestemd voor export, en voor koolrabi (glas) zelfs 100%. In de context van 1943 betekende 'export' vrijwel uitsluitend verzending naar nazi-Duitsland om de Duitse bevolking en legers te voeden.
  • Kwaliteitsbeheer: Ondanks de oorlogstijd en dreigende tekorten werd er streng toegezien op kwaliteit (bijv. de lengte van raapstelen en bosselderij). Producten die niet aan de eisen voldeden, werden bestempeld als 'uitschot' of 'afwijkend', wat resulteerde in een halvering van de prijs of bestemming als veevoer.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1943, een periode waarin de schaarste in bezet Nederland toenam. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF) was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de hele keten van teler tot consument beheerde.

De tekst toont de bureaucratische kant van de exploitatie van Nederland: terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met steeds krappere rantsoenen, werd een groot deel van de gezonde groenten (zoals witte kool voor de zuurkoolindustrie in Alkmaar of verse bladgroenten) direct geclaimd voor de Duitse oorlogsmachine. De vermelding dat producten die op de binnenlandse markt "den exportprijs niet opbrengen" alsnog geëxporteerd moesten worden, onderstreept dat het economisch belang van de bezetter altijd voorrang had op de lokale voedselvoorziening.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1