Circulaire (Nr. 59/143)
Origineel
Circulaire (Nr. 59/143) 18 juni 1943 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale -3-
Circ. No. 59/143 dd. 18 Juni 1943.
VEEVOEDER.
Indien producten voor veevoeder worden verkocht, kunnen de in deze circulaire aangegeven maximumprijzen niet worden aangehouden, doch dient de "Prijzenverordening - Diverse Ruwvoeders" te worden gehandhaafd.
VERDEELING VAN DEN AANVOER.
| Producten | Export | Binnenland Industrie | Binnenland Versch |
|---|---|---|---|
| komkommers en koolrabi | 70% | - | 30% |
| kropsla | 60% | - | 40% |
| bloemkool, rabarber, tuinboonen, bospeen, tomaten, spitskool en erwten | 50% | - | 50% |
De exportpercentages moeten worden genomen van de goedgekeurde op de exportlijst voorkomende producten. De bevoorrading voor de keukens kan eerst uit het voor het binnenland bestemde gedeelte plaats vinden.
Wanneer een voor het binnenland bestemd gedeelte niet door het binnenland wordt afgenomen of de exportprijs niet opbrengt, dan dient ook dit deel voor export te worden verladen.
BOSPEEN.
Elke bos dient tenminste 0.5 Kg. afgebroken peen te bevatten. Peentjes waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, mogen niet voorkomen. Ongewasschen peen dient als afwijkend te worden geveild.
PEEN ZONDER LOF.
In sorteering I (beneden 50 gram per stuk) mogen exemplaren, waarvan de doorsnede, aan den bovenkant gemeten, minder dan 1 cm. bedraagt, niet voorkomen.
RABARBER.
Wij wijzen erop, dat aan alle rabarber ten hoogste 5 cm. blad mag blijven. Rabarber met langer of niet afgesneden blad mag niet worden geveild, maar moet op kosten van den aanvoerder, eerst van het overtollige blad worden ontdaan.
KASKOMKOMMERS.
Als kaskomkommers mogen alleen worden geveild de groene kaskomkommers. Voor gele en witte kaskomkommers dienen de prijzen en de sorteeringsvoorschriften der platglaskomkommers te worden aangehouden.
DOPERWTEN.
Onder landbouwerwten worden alleen verstaan de soorten Unica en Mansholt. Onder rijserwten vallen alle doperwten, die aan rijshout worden geteeld, hoe of de benaming ervan ook moge zijn, b.v. blauwe capucijners, Raspers enz.
Onder de groep overige soorten vallen ook de vroege-Venlosche.
ZWARTE BESSEN.
Dit product dient voor 100% ter beschikking van de conservenindustrie te worden gesteld.
De veilingen dienen de zwarte bessen zooveel mogelijk gecombineerd op bepaalde dagen aan te voeren, terwijl alle op de veiling aangevoerde zwarte bessen bij onze Afdeeling Conserveering moeten worden gemeld.
De Afdeeling Conserveering zal U dan mededeeling doen aan welke fabrikanten de partijen worden toegewezen.
In verband met het indeelen verzoeken wij U zooveel mogelijk de te verwachten aanvoeren één dag van te voren op te geven.
ROODE EN WITTE BESSEN.
Omtrent de verdeeling van Roode- en witte bessen voor de conservenindustrie zullen U zeer binnenkort nadere mededeelingen bereiken.
EXPORTVERPAKKING TOMATEN.
Indien de tomaten door de telers in exportverpakking worden aangevoerd, dan mag hiervoor fl. 0.42 per pootjesbak van 12½ kg. netto in rekening worden gebracht.
NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
(handtekening/paraf) Dit document is een administratieve circulaire van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF), gedateerd midden in de Tweede Wereldoorlog. De tekst is kenmerkend voor de strakke distributie- en prijsbeheersing die de bezetter in samenwerking met Nederlandse organen oplegde.
Enkele opvallende technische details:
* Distributiequota: Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen de export, de industrie en het binnenland. Bijna alle genoemde producten hebben een exportquotum van 50% tot 70%.
* Kwaliteitseisen: Er zijn zeer specifieke voorschriften voor afmetingen (bijv. 1 cm doorsnede voor peen) en presentatie (maximaal 5 cm blad aan rabarber). Dit diende om uniformiteit te waarborgen voor zowel de export als de rantsoenering.
* Centrale sturing: Vooral bij de zwarte bessen is de sturing totaal: 100% gaat naar de conservenindustrie, en de toewijzing aan fabrikanten gebeurt centraal.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (zoals 'zooveel', 'aanvoerder', 'conserveering'). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de economie volledig "gelijkgeschakeld" en ten dienste gesteld van de Duitse oorlogsmachine. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale was het centrale orgaan dat toezicht hield op de productie en distributie van tuinbouwproducten.
De term "Export" in dit document is eufemistisch; in de praktijk betekende dit grotendeels de verplichte levering van Nederlands voedsel aan Duitsland (de zogenaamde Ausfuhr). Terwijl de Nederlandse bevolking te maken kreeg met toenemende schaarste en distributiebonnen, werd een groot deel van de opbrengst van de Nederlandse bodem direct naar de oosterburen getransporteerd. De strikte sorteringseisen zorgden ervoor dat alleen de beste producten werden geëxporteerd.
De nadruk op de conservenindustrie (zoals bij de bessen) was ook strategisch: ingeblikt of verwerkt voedsel was essentieel voor de bevoorrading van het Duitse leger (de Wehrmacht) aan het front.