Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 286
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief / Ambtelijke correspondentie.

Vermoedelijk 7 februari 1914 (gebaseerd op het stempel "7/2" en het jaar "14"). Van: J.C. Pitters, wonende aan de Derde Goudsbloemdwarsstraat 10 (1e etage), Amsterdam. Aan: Een marktinspecteur of marktbeheerder ("Mijnheer").

Origineel

Brief / Ambtelijke correspondentie. Vermoedelijk 7 februari 1914 (gebaseerd op het stempel "7/2" en het jaar "14"). J.C. Pitters, wonende aan de Derde Goudsbloemdwarsstraat 10 (1e etage), Amsterdam. Een marktinspecteur of marktbeheerder ("Mijnheer"). (Kanttekening rechtsboven in ander handschrift:)
(Als hij van de Centrale Markt
is uitgesloten is dat geen reden
om zijn marktgeld op de dagmarkten
niet te betalen.)
M Insp. [Marktinspecteur]

(Stempel:)
№ 28/12/14 M. 1339 7/2

Mijnheer

Aan gaande u vraag waarom
Het marktgeld van, De Lindegracht
en Heimansplein nog
niet voldaan is heeft deze oorzaak
dat u mij tot 1 April de markt
ontzegd heeft Dus ben ik niet bij
machte voor 1 April hier aan te
voldaan

In afwachting weer in uw
gunst te mogen vallen teeken ik

J C Pitters Derde Goudsbloem dwarsstraat
10 eerste Etage. 28 In deze brief reageert J.C. Pitters op een aanmaning of navraag betreffende onbetaald marktgeld voor standplaatsen aan de Lindegracht en het Heimansplein in Amsterdam. De kern van zijn verweer is een logische vicieuze cirkel: hij kan het marktgeld niet betalen omdat hem de toegang tot de markt ontzegd is tot 1 april. Zonder standplaats heeft hij immers geen inkomsten om de schuld te voldoen.

De brief is formeel van toon, wat blijkt uit de afsluiting ("In afwachting weer in uw gunst te mogen vallen"). De ambtelijke reactie in de kanttekening is echter onverbiddelijk. De inspecteur stelt dat een uitsluiting van de Centrale Markt (de groothandelsmarkt) geen ontheffing geeft voor de betalingsverplichtingen op de reguliere dagmarkten. Dit suggereert een streng handhavingsbeleid waarbij sancties en financiële verplichtingen strikt gescheiden bleven. Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de Amsterdamse marktkooplieden aan het begin van de 20e eeuw. De Lindegracht in de Jordaan was (en is) een van de bekendste marktlocaties van de stad. De genoemde adressen (Derde Goudsbloemdwarsstraat) bevestigen dat de afzender uit het hart van de arbeidersklasse in de Jordaan kwam.

De "Centrale Markt" waarnaar in de kanttekening wordt verwezen, was de centrale plek voor de aanvoer en handel van levensmiddelen. Uitsluiting daarvan was een zware straf voor een koopman. Dit schrijven illustreert de vaak moeizame relatie tussen kleine zelfstandigen en de groeiende stedelijke bureaucratie die de openbare orde en marktgelden reguleerde. Het jaar 1914 was bovendien een bewogen jaar waarin de economische stabiliteit onder druk kwam te staan door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, hoewel Nederland neutraal bleef. J.C. Pitters

Samenvatting

In deze brief reageert J.C. Pitters op een aanmaning of navraag betreffende onbetaald marktgeld voor standplaatsen aan de Lindegracht en het Heimansplein in Amsterdam. De kern van zijn verweer is een logische vicieuze cirkel: hij kan het marktgeld niet betalen omdat hem de toegang tot de markt ontzegd is tot 1 april. Zonder standplaats heeft hij immers geen inkomsten om de schuld te voldoen.

De brief is formeel van toon, wat blijkt uit de afsluiting ("In afwachting weer in uw gunst te mogen vallen"). De ambtelijke reactie in de kanttekening is echter onverbiddelijk. De inspecteur stelt dat een uitsluiting van de Centrale Markt (de groothandelsmarkt) geen ontheffing geeft voor de betalingsverplichtingen op de reguliere dagmarkten. Dit suggereert een streng handhavingsbeleid waarbij sancties en financiële verplichtingen strikt gescheiden bleven.

Historische Context

Het document biedt een inkijkje in de dagelijkse realiteit van de Amsterdamse marktkooplieden aan het begin van de 20e eeuw. De Lindegracht in de Jordaan was (en is) een van de bekendste marktlocaties van de stad. De genoemde adressen (Derde Goudsbloemdwarsstraat) bevestigen dat de afzender uit het hart van de arbeidersklasse in de Jordaan kwam.

De "Centrale Markt" waarnaar in de kanttekening wordt verwezen, was de centrale plek voor de aanvoer en handel van levensmiddelen. Uitsluiting daarvan was een zware straf voor een koopman. Dit schrijven illustreert de vaak moeizame relatie tussen kleine zelfstandigen en de groeiende stedelijke bureaucratie die de openbare orde en marktgelden reguleerde. Het jaar 1914 was bovendien een bewogen jaar waarin de economische stabiliteit onder druk kwam te staan door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, hoewel Nederland neutraal bleef.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Bloem Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 2