Archiefdocument
Origineel
23 februari 1943 No./06/3/1 M. 1943 2/3
Eenige aanwijzingen voor de bewakers met honden, dienstdoende op de Centrale Markt.
- Niemand, behalve de schippers, mag anders dan door den hoofdingang, Jan van Galenstraat, het terrein betreden of verlaten; dus letten op overreiken van kaarten of het overklimmen van hekken.
- Het oprapen van aardappelen, groenten en fruit door onbevoegden is verboden.
- Brandweerlieden mogen zich zonder geleide op de Centrale Markt niet anders dan in de onmiddellijke omgeving van hun post ophouden.
- Jongens, die eventueel op het terrein worden aangetroffen, aanhouden en overgeven aan den portier.
- Verdachte personen mag men naar de kaart vragen; hebben zij geen kaart bij zich, dan worden zij overgegeven aan den portier.
- Joden mogen zich niet op het terrein bevinden. Door het toegangshek Keucheniusstraat mogen niet-joden niet in of uitgaan.
- Het halen van afval uit de stortschuiten is verboden.
- Wateren buiten de daartoe bestemde inrichtingen is verboden.
- Iedere wachtman draagt steeds een z.g. reddingsplankje bij zich.
- Van elke bijzonderheid wordt een kort rapport opgemaakt en ingediend bij den bedrijfschef der Centrale Markt.
- Het koopen van goederen op de Centrale Markt bij grossiers, kleinhandelaren of hun personeel is verboden voor de bewakers van den Gemeentelijken Bewakingsdienst.
Amsterdam, 23 Februari 1943.
De Directeur,
[Handtekening]
[Linksonder handgeschreven:]
Potter
instr. indiceren
door bewaking;
daarna bergen bij Dit document is een officieel instructieblad voor de bewaking van de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De toon is strikt en gericht op handhaving van orde en uitsluiting.
Kernpunten in de instructie:
* Toegangscontrole (1, 3, 4, 5): Er is een strikt regime wat betreft wie het terrein mag betreden. Alleen de hoofdingang aan de Jan van Galenstraat is voor algemeen gebruik. Er wordt gecontroleerd op toegangskaarten.
* Voedselveiligheid en schaarste (2, 7, 11): In 1943 was er grote schaarste. Het verbod op het oprapen van voedsel, het doorzoeken van afvalschuiten en het verbod voor bewakers om zelf goederen te kopen, wijst op de noodzaak om diefstal en corruptie op de markt tegen te gaan.
* Uitsluiting (6): Dit is het meest saillante punt. Het expliciete verbod voor Joden om zich op de markt te bevinden en de segregatie bij de poorten (Keucheniusstraat) is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter.
* Veiligheid (9): Het "reddingsplankje" is een specifiek detail; aangezien de Centrale Markt aan het water lag (voor aanvoer per schip), was dit een standaard uitrustingstuk om drenkelingen te helpen. Februari 1943 was een grimmige periode in bezet Amsterdam. De grootschalige deportaties van Joden uit de stad waren in volle gang. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was de vitale ader voor de voedselvoorziening van de stad.
Het document illustreert hoe het dagelijks leven en de bedrijfsvoering volledig doordrongen waren van de nazi-ideologie (punt 6) en de oorlogseconomie. De bewakers van de Gemeentelijke Bewakingsdienst traden hierbij op als uitvoerders van zowel civiele orde als discriminerende bezettingsmaatregelen. De handgeschreven notitie linksonder lijkt een archiefinstructie voor een zekere "Potter" om het document te verwerken in de administratie van de bewakingsdienst.