Handgeschreven brief
Origineel
Handgeschreven brief 14 februari 1939 G. Wilms (een "gewezene koopman") $N\underline{o}$ 28/15/3 M. 1339 $\frac{14}{2}$
Amdam 14-2-39
[Rechtsboven schuin:] mi. Done Insp.
Hier bij betuigd Onderge-
teekende G. Wilms
Zijn hartelijke dank voor U
wel willende medewerking.
Maar tot U spijt mij geen invloed
op mij kan doen; alles in Onder
zoek gegaan, en de Ned. Groenten
en fruit Centralen kan volgens
de wet mij geen bijstand ver
leenen, zoo ben ik zoo vrij-
om U hartelijk dankbaar
te blijven voor de laatste hulp
dien U Ecelentie Directen
mij bewezen heeft ook
voor Uwe voorkeurskaart
ben ik genootzaak om die
Uwe ter hand weer te stellen
daar ik nu van alles afge-
wezen ben. een gewezene
koopman
28 De brief is geschreven door G. Wilms, die zichzelf omschrijft als een "gewezene koopman". De toon is uiterst beleefd en formeel, gericht aan een hooggeplaatst persoon (geadresseerd als "Uwe Ecelentie", een spelfout voor Excellentie).
De kern van de brief is een dankbetuiging voor eerdere hulp, gecombineerd met een mededeling van een teleurstellend resultaat. Wilms meldt dat er een onderzoek is ingesteld, maar dat de "Ned. Groenten en fruit Centralen" hem volgens de wet geen bijstand kunnen verlenen. Hierdoor ziet hij zich genoodzaakt zijn "voorkeurskaart" (waarschijnlijk een bewijs van voorrang of een vergunning) terug te geven, omdat hij nu van alle verdere steun of mogelijkheden is uitgesloten ("van alles afgewezen").
De tekst bevat enkele taalfouten die typerend zijn voor die tijd of voor iemand met beperkt formeel onderwijs (bijv. "genootzaak" in plaats van genoodzaakt, "Ecelentie" voor Excellentie, en "verleenen" met dubbele klinkers volgens de oude spelling). De brief dateert van februari 1939. Dit is een periode van grote economische onzekerheid in Nederland, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De nasleep van de economische crisis van de jaren '30 was nog voelbaar.
De "Ned. Groenten en fruit Centralen" verwijzen naar de crisisorganen die door de overheid waren ingesteld om de markt te reguleren (onderdeel van de Landbouwcrisiswet). Deze organen bepaalden wie mocht handelen en onder welke voorwaarden. De situatie van Wilms, een "gewezene koopman", suggereert dat hij zijn nering is kwijtgeraakt of niet meer mag uitoefenen vanwege deze strenge regelgeving. De brief illustreert de persoonlijke wanhoop van kleine zelfstandigen die verstrikt raakten in de bureaucratie van de crisiswetgeving. Het feit dat hij zich direct tot een "Excellentie" wendt, duidt op een ultieme poging om via een officieel kanaal hulp te krijgen, die uiteindelijk dus vruchteloos bleek. G. Wilms