Ambtelijke correspondentie / intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / intern memorandum. Februari 1943 (stempel 18/2; handgeschreven annotatie 6-2-'43). [Stempel linksboven:]
No. 107/1/1 M. 1943 18/2
[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
[Hoofdtekst:]
De hooflieden, welke een plaats innemen
of de hulpmarkt op Beethovenstraat
hebben de wensch geuit om naar het verhoogde
pleintje, waar hun een plaats is aangewezen,
een oprij te doen maken, waardoor bereikt wordt
dat op handiger wijze de plaats kan worden
betrokken en bovendien het tegelvlak minder
te lijden heeft.
M.i. komt het wel gewenscht voor aan
het verzoek tegemoet te komen.
[Annotaties onderaan:]
m.i. voor P.W. afd. Bestratingen
Amst. 6-2-'43 [Handtekening onleesbaar, mogelijk J. Amoer]
te doen verrichten door een gedeelte v/h trottoirband als besproken m/d Hr Schenk.
[Annotatie in rood/bruine inkt rechtsonder:]
Overleg met P.W. of zulks wel gewenscht is.
[Handtekening: Th. Hoekma / Fockema?] * Onderwerp: Een verzoek van marktlui om infrastructurele aanpassingen aan de Beethovenstraat.
* Inhoud: De marktkooplieden (hooflieden) van de 'hulpmarkt' aan de Beethovenstraat willen een oprit (oprij) naar een verhoogd pleintje. Dit zou het opstellen van de kramen vergemakkelijken en schade aan het plaveisel (tegelvlak) voorkomen.
* Bureaucratisch proces: De opsteller van de brief adviseert positief. Er is een doorverwijzing naar 'P.W. afd. Bestratingen' (Publieke Werken, afdeling Bestratingen). Echter, een latere hand (in rode inkt) plaatst een kanttekening en vraagt om nader overleg over de wenselijkheid hiervan.
* Paleografische kenmerken: Het document is geschreven in een duidelijk leesbaar 20e-eeuws cursief. Opvallend is het gebruik van de oude spelling (bijv. "wensch", "gewenscht"). Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Beethovenstraat in Amsterdam was in die tijd een beladen locatie; het was een straat met veel Joodse bewoners en tevens een plek waar de bezetter (o.a. de Zentralstelle für jüdische Auswanderung) prominent aanwezig was.
De term "hulpmarkt" duidt vaak op tijdelijke marktlocaties die werden ingericht omdat reguliere markten door de oorlogsomstandigheden, veranderde regelgeving of vorderingen van terreinen door de bezetter niet meer op de oude plek konden plaatsvinden. Ondanks de oorlogstijd ging het dagelijks lokaal bestuur en het onderhoud van de stad door de gemeentelijke diensten (zoals het Marktwezen en Publieke Werken) gewoon door, zoals dit verzoek over een simpele trottoirband illustreert.