Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 646
Dossier 1
Jaar 1943
Stadsarchief

Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten)

13 augustus 1943

Origineel

Besluit (Extract uit het Boek der Besluiten) 13 augustus 1943 [Linksboven, stempel en handgeschreven:]
No. 108/1/1 3 M. 1943 26/8 [met paraaf]
Afd. III besteld door [onleesbaar]

[Midden boven, handgeschreven in rood:]
Weth. behandelen met Joodsche Raad
toestemming van twee Markt- textielplaatsen 1-9-43

[Rechtsboven, handgeschreven:]
91

[Linker marge, handgeschreven in potlood en blauw:]
Theod. nog geen verzoek gekomen. J 2/9 '43
J. Roos Insp.
momentueel geen prijs op textielplaatsen op Minervaplein. HD 4/9 '43

[Rechts midden, handgeschreven:]
mij Dir.
H. Muller
Insp.

[Hoofdtekst, getypt:]
No. 601 L.M.1943.
Verlenging en aanvulling van een besluit tot aanwijzing van een tijdelijke hulpmarkt.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam;
Vrijdag, 13 Augustus 1943;

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen;
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 6 Augustus 1943 No. 108/1/1 M;
Gelet op art. 7 van de Verordening op den Dienst van het Marktwezen;

B e s l u i t :

I zijn besluit van 19 Juni 1942 No. 575 L.M.1942, waarbij met ingang van 20 Juni 1942 het zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubensstraat en de Minervalaan is aangewezen als tijdelijke hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, met dien verstande, dat op die markt alleen groente en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt mogen worden gebracht voorloopig voor den tijd van een jaar te verlengen;
II dit besluit aan te vullen met de bepaling, dat aldaar ook textielwaren ter markt zullen mogen worden gebracht.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Algemeene Zaken (4 stuks), en Financiën (2 stuks).

FW.
C.S. Stadhuis.
A'dam, 8-'43. No. 475

Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN

[Rechtsonder, handgeschreven:]
108 Dit document is een officieel besluit van de (door de bezetter aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het betreft de verlenging van de status van de markt op het Minervaplein als "hulpmarkt" voor Joodse burgers.

De kernpunten zijn:
1. Segregatie: De markt is strikt gescheiden en uitsluitend toegankelijk voor Joodse verkopers en kopers. Dit paste in het beleid van de Duitse bezetter om Joden volledig uit het openbare leven te weren.
2. Verlenging: Het oorspronkelijke besluit uit juni 1942 (toen de Joodse markten werden ingesteld) wordt met een jaar verlengd.
3. Uitbreiding assortiment: Naast groente en levensmiddelen wordt nu ook de verkoop van textielwaren toegestaan op deze locatie.
4. Bureaucreatie: De vele handgeschreven aantekeningen tonen de ambtelijke verwerking. Er wordt gerefereerd aan overleg met de Joodsche Raad en interne afdelingen zoals de Dienst van het Marktwezen. Een interessante kanttekening in de marge van 4 september 1943 stelt dat er "momentueel geen prijs" (geen belangstelling of behoefte) is voor textielplaatsen op die locatie, wat de precaire situatie van de Joodse bevolking op dat moment in de oorlog weerspiegelt. In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters steeds strengere beperkende maatregelen in voor Joden in Nederland. Vanaf november 1941 mochten Joden niet meer op reguliere markten komen. Als "oplossing" werden er in Amsterdam enkele specifieke markten aangewezen waar Joden nog wel mochten handelen en inkopen doen, waaronder die aan het Minervaplein (Amsterdam-Zuid), de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en het Joubertplein (Transvaalbuurt).

Ten tijde van dit document (augustus 1943) waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen al ver gevorderd. De markt op het Minervaplein was op dat moment een van de weinige plekken waar de overgebleven Joodse Amsterdammers nog in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, hoewel de voorraden vaak minimaal waren. Het document illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking door de gemeentelijke overheid werd gefaciliteerd en gereguleerd.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van de (door de bezetter aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. Het betreft de verlenging van de status van de markt op het Minervaplein als "hulpmarkt" voor Joodse burgers.

De kernpunten zijn:
1. Segregatie: De markt is strikt gescheiden en uitsluitend toegankelijk voor Joodse verkopers en kopers. Dit paste in het beleid van de Duitse bezetter om Joden volledig uit het openbare leven te weren.
2. Verlenging: Het oorspronkelijke besluit uit juni 1942 (toen de Joodse markten werden ingesteld) wordt met een jaar verlengd.
3. Uitbreiding assortiment: Naast groente en levensmiddelen wordt nu ook de verkoop van textielwaren toegestaan op deze locatie.
4. Bureaucreatie: De vele handgeschreven aantekeningen tonen de ambtelijke verwerking. Er wordt gerefereerd aan overleg met de Joodsche Raad en interne afdelingen zoals de Dienst van het Marktwezen. Een interessante kanttekening in de marge van 4 september 1943 stelt dat er "momentueel geen prijs" (geen belangstelling of behoefte) is voor textielplaatsen op die locatie, wat de precaire situatie van de Joodse bevolking op dat moment in de oorlog weerspiegelt.

Historische Context

In 1941 en 1942 voerden de Duitse bezetters steeds strengere beperkende maatregelen in voor Joden in Nederland. Vanaf november 1941 mochten Joden niet meer op reguliere markten komen. Als "oplossing" werden er in Amsterdam enkele specifieke markten aangewezen waar Joden nog wel mochten handelen en inkopen doen, waaronder die aan het Minervaplein (Amsterdam-Zuid), de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en het Joubertplein (Transvaalbuurt).

Ten tijde van dit document (augustus 1943) waren de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen al ver gevorderd. De markt op het Minervaplein was op dat moment een van de weinige plekken waar de overgebleven Joodse Amsterdammers nog in hun primaire levensbehoeften konden voorzien, hoewel de voorraden vaak minimaal waren. Het document illustreert de kille, bureaucratische wijze waarop de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking door de gemeentelijke overheid werd gefaciliteerd en gereguleerd.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1