Getypte brief (klachtbrief).
Origineel
Getypte brief (klachtbrief). 27 mei 1943. J.L. Meijer, Woubruggestraat 12-I, Amsterdam (West). Den Heer Directeur voor het Marktwezen te Amsterdam. No. 49/5/1 M. 1943 31/5 [handgeschreven]
Aan
den Heer Directeur voor
het Marktwezen te
Amsterdam.
[Handgeschreven aantekeningen: 'inst. Dir.', een paraaf, en 'p/v']
Weledelgestrenge Heer,
Ik heb de eer Uw aandacht te vragen, voor het m.i. zeer
onbehoorlijk optreden van een Uwer ambtenaren, gedurende
de uitoefening van zijn dienst.
Mijn vrouw, ruim 8 maanden zwanger en in het bezit
van een geldige en aan haar afgegeven voorrangskaart, ver-
voegde zich op Woensdag, 26 Mei 1943, des voormiddags te
omstreeks 10,30 uur, aan de verkoopplaats voor visch,
Stadionplein bij het V.A.M.I. huisje, te Amsterdam.
Toen de vischverkooper ter plaatse verscheen, wilde zij van
haar recht tot voorrang gebruik maken, waarbij zij door den
daar dienstdoenden marktopzichter, die in burgerkleeding
was verschenen, als volgt werd te woord gestaan:
"MET VOORRANGSKAARTEN HEB IK NIETS TE MAKEN" en kenne-
lijk doelende op de zwangerschap van mijn vrouw: "DIE POR-
TRETTEN WIL IK HIER NIET ZIEN"
Toen mijn vrouw, en mijnsinziens terecht, hem er op
wees, dat zijn collega een regeling had getroffen, waarbij
vrouwen met voorrangskaarten, éénmaal per week garnalen en
éénmaal om de drie weken visch mochten koopen, waarvan een
aanteekening op de kaart werd gesteld, vond bedoelde amb-
tenaar het noodig haar toe te voegen:
"STA NOU MAAR NIET TE LAMMENTEEREN EN HOEPEL MAAR GAUW
OP". Hij liet hierop nog volgen en zocht hierbij kenne-
lijk instemming bij de nog wachtende vrouwen:
" ALS IK ZE MEER ALS EENKEER IN DE RIJ ZIE STAAN, SLIN-
GER IK ZE ERUIT".
Ik verzoek U, zoo U hiertoe termen aanwezig acht, be-
doelde marktopzichter het onbehoorlijke van zijn optreden
onder het oog te willen brengen, opdat anderen een derge-
lijke behandeling bespaard kan blijven.
Ik wensch mij nog te beraden of ik een klacht terzake
beleediging bij den Officier van Justitie zal aanhangig
maken.
Mijn spijt betuigende U hiermede te moeten lastig
vallen, noem ik mij met de meeste hoogachting,
[Handgeschreven handtekening: J.L. Meijer]
J.L.Meijer.
Woubruggeestraat no. 12-I
te
Amsterdam (West)
Amsterdam, 27 Mei 1943
[Handgeschreven initialen rechtsonder: H.M.] * Toon: De brief is geschreven in een zeer formele, beleefde, maar beslist verontwaardigde toon. De afzender gebruikt de gebruikelijke archaïsche beleefdheidsvormen ("Weledelgestrenge Heer", "Ik heb de eer").
* Inhoud: De kern van de klacht is de grove bejegening van een hoogzwangere vrouw door een ambtenaar (marktopzichter) in burgerkleding. De ambtenaar weigert de officiële voorrangskaart te erkennen en gebruikt beledigende taal ("portretten", "lammenteeren", "hoepel... op").
* Conflict: Er is een duidelijk conflict tussen de geldende regels (het recht op voorrang voor zwangeren bij schaarse goederen zoals vis) en de willekeur of onbeschoftheid van de uitvoerende ambtenaar. Opvallend is dat de ambtenaar probeert de andere wachtende vrouwen tegen de zwangere vrouw op te zetten.
* Juridisch dreigement: De afzender sluit af met een formeel dreigement om de zaak voor te leggen aan de Officier van Justitie wegens belediging, wat de ernst van de zaak onderstreept. * Tijdperk: Mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Schaarsche en distributie: Voedsel was schaars en strikt gerantsoeneerd. Voorrangskaarten werden uitgegeven aan kwetsbare groepen (zoals hoogzwangere vrouwen, ouderen of invaliden) om hen te ontzien in de vaak urenlange wachtrijen voor winkels en marktkramen.
* Locatie: Het Stadionplein in Amsterdam-Zuid was (en is) een bekende marktlocatie. De vermelding van het "V.A.M.I. huisje" (Vereenigde Amsterdamsche Melkinrichtingen) dient als een specifiek navigatiepunt in de stad van die tijd.
* Maatschappelijke spanning: De brief illustreert de dagelijkse spanningen in de wachtrijen. De irritatie van de ambtenaar en zijn poging om bijval te krijgen van andere wachtenden suggereert een klimaat van schaarste waarin onderlinge solidariteit onder druk stond en waar 'voorkeursbehandelingen' (ook al waren ze officieel) wrevel konden opwekken.
* Bestuur: De brief is gericht aan het "Marktwezen", de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor de orde en regelgeving op de Amsterdamse markten. De handgeschreven nummers bovenin duiden op een officiële archivering door de gemeente.