Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 683
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

23 juni 1943

Origineel

23 juni 1943 (De tekst is letterlijk overgenomen, inclusief doorhalingen en afkortingen)

[Kantlijn linksboven, diagonaal:]
Klacht k. Onderzoek inst.
Vischregeling op de markten
69/6/4 [in rood potlood]

[Rechtsboven:]
A'dam, 23/6 1943

[Midden boven:]
W. R. M. spoed
[Dubbel onderstreept]

Onder terugzending van de met uw kantbrief dd. 1 dezer om spoedig advies ontvangen stukken N° 421 L.M. 1943 heb ik de eer u te berichten, dat ik naar de onderhavige klachten een uitgebreid onderzoek heb ingesteld; de klagers en de betrokken marktambtenaren zijn gehoord, doch ~~het~~ het is niet gelukt om hierbij tot het vaststellen v. positieve feiten te komen. De klagers spreken elkaar tegen, terwijl de marktambtenaren, de controleur Bekking voor het voorgevallene op 2 Juni en de marktmeester De Wolff voor dat op 4 Juni beslist tegenspreken, dat er van de zijde van de kooplieden pogingen ~~zijn gedaan~~ om meer dan de ~~hun toegestane~~ toegestane hoeveelheden achter te houden.
Klager Oustee sprak te mijnen kantore over het achterhouden van Dit document is een ambtelijk verslag betreffende een intern onderzoek naar mogelijke fraude of onregelmatigheden bij de visverkoop op Amsterdamse markten. De kern van de zaak is de verdenking dat marktkooplieden grotere hoeveelheden vis achterhielden dan wettelijk was toegestaan onder de geldende distributieregels.

Opvallend is de conclusie van de onderzoeker: er is sprake van een "welles-nietes" situatie. De klagers (waaronder een zekere Oustee) zijn onderling inconsistent in hun verklaringen. De marktambtenaren (Bekking en De Wolff), die verantwoordelijk waren voor het toezicht op respectievelijk 2 en 4 juni, ontkennen elke vorm van onregelmatigheden door de kooplieden. De onderzoeker kan hierdoor geen "positieve feiten" (hard bewijs) vaststellen. De doorhalingen in het concept wijzen op een zorgvuldige formulering van deze ambtelijke conclusie. Het document dateert uit juni 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De visvoorziening was streng gereguleerd via de zogenaamde "vischregeling". Vanwege de schaarste was er een levendige zwarte handel en bestond er bij het publiek groot wantrouwen jegens marktkooplieden en controlerende instanties.

Dergelijke onderzoeken waren essentieel voor de bezettingsautoriteiten en het Nederlandse bestuur om de schijn van een eerlijke distributie op te houden en sociale onrust te voorkomen. De betrokkenheid van specifieke ambtenaren zoals een marktmeester en een controleur toont de hiërarchische structuur van het markttoezicht in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag betreffende een intern onderzoek naar mogelijke fraude of onregelmatigheden bij de visverkoop op Amsterdamse markten. De kern van de zaak is de verdenking dat marktkooplieden grotere hoeveelheden vis achterhielden dan wettelijk was toegestaan onder de geldende distributieregels.

Opvallend is de conclusie van de onderzoeker: er is sprake van een "welles-nietes" situatie. De klagers (waaronder een zekere Oustee) zijn onderling inconsistent in hun verklaringen. De marktambtenaren (Bekking en De Wolff), die verantwoordelijk waren voor het toezicht op respectievelijk 2 en 4 juni, ontkennen elke vorm van onregelmatigheden door de kooplieden. De onderzoeker kan hierdoor geen "positieve feiten" (hard bewijs) vaststellen. De doorhalingen in het concept wijzen op een zorgvuldige formulering van deze ambtelijke conclusie.

Historische Context

Het document dateert uit juni 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. De visvoorziening was streng gereguleerd via de zogenaamde "vischregeling". Vanwege de schaarste was er een levendige zwarte handel en bestond er bij het publiek groot wantrouwen jegens marktkooplieden en controlerende instanties.

Dergelijke onderzoeken waren essentieel voor de bezettingsautoriteiten en het Nederlandse bestuur om de schijn van een eerlijke distributie op te houden en sociale onrust te voorkomen. De betrokkenheid van specifieke ambtenaren zoals een marktmeester en een controleur toont de hiërarchische structuur van het markttoezicht in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.

Locaties

Amsterdam (genoteerd als A'dam)

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1