Administratieve kaart/oproepingskaart van de Amsterdamse Marktinspectie.
Origineel
Administratieve kaart/oproepingskaart van de Amsterdamse Marktinspectie. [Linkerkolom]
№ 28/17 / M. 1939
10/2/39
[Paraaf]
Opgeroepen per
(datum) (uur)
15 Febr '39 9 1/2 - 12 u.
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt
Lindengracht
pl. no. 67
ingetrokken 10/5 '37
plaats terug m.i.v. 10/5 '37
ingetrokken 9/5 '38
plaats terug (m.i.v. 25/7 '38 / 9/5 '38) (Wethouder)
Aan M. Carança
Korte Houtstr. 64
[Rechterkolom]
Aanteekeningen Inspecteur:
Zal zorg dragen
voortaan twee
maal zijn plaats
in te nemen.
15-2-'39
de Maue [?] (handtekening)
Th. de Wolf
ter kennisneming
16-2-'39
[Paraaf]
[Rechtsonder]
opbergen
R (paraaf) Dit document is een administratieve kaart die het marktverleden van M. Carança bijhoudt voor zijn standplaats op de Lindengrachtmarkt. De kern van het document is een officiële oproeping op 15 februari 1939 omdat de koopman zijn plek niet regelmatig bezet.
Uit de historische aantekeningen blijkt een patroon: in 1937 en 1938 werd zijn vergunning voor de standplaats ingetrokken, maar kort daarna weer hersteld. Bij de herstelling in 1938 wordt specifiek de 'Wethouder' vermeld, wat suggereert dat er politieke of bestuurlijke tussenkomst is geweest om hem zijn plek terug te geven. De inspecteur noteert na het gesprek in 1939 de toezegging van Carança dat hij voortaan minstens twee keer per week aanwezig zal zijn. De kaart is na afhandeling door een superieur (Th. de Wolf) gearchiveerd. Het document biedt een unieke inkijk in het Amsterdamse marktwezen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De naam 'M. Carança' en het adres 'Korte Houtstraat' (gelegen in de voormalige Joodse buurt van Amsterdam) duiden op een Joodse marktkoopman. Carança is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam.
De Lindengrachtmarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt in de Jordaan. De strikte handhaving op 'bezetting' van de standplaats was essentieel voor de marktmeesters om de doorloop en economische vitaliteit van de markt te waarborgen. De vermelding van de wethouder in 1938 is opmerkelijk en kan wijzen op een succesvol bezwaarschrift of een persoonlijke gunst, wat vaker voorkwam in het toenmalige Amsterdamse bestuurlijke apparaat. Kort na deze registraties, tijdens de bezetting, zouden de regels voor Joodse marktkooplieden drastisch en fataal veranderen. M. Caran Marktwezen