Archief 745
Inventaris 745-418
Pagina 701
Dossier 109
Jaar 1943
Stadsarchief

Afschrift van een brief (getypt).

26 juli 1943 (met latere aantekeningen tot 30 augustus 1943). Van: H. v.d. Veen, C. Krusemanstraat 40, Amsterdam. Aan: De Burgemeester van Amsterdam.

Origineel

Afschrift van een brief (getypt). 26 juli 1943 (met latere aantekeningen tot 30 augustus 1943). H. v.d. Veen, C. Krusemanstraat 40, Amsterdam. De Burgemeester van Amsterdam. No. 587 L.M.1943 30/7
No. 109/8/1 M. 1943 4/8

A F S C H R I F T

Amsterdam, 26 Juli 1943.

Aan den Heer Burgemeester van
Amsterdam.

Ik vraag beleefd Uwe aandacht voor het navolgende:
Op het Stadionplein wordt wanneer zulks beschikbaar is, visch verkocht onder toezicht van een marktambtenaar. Nu heb ik op Zaterdagmiddag 17 en 24 Juli jl. medegemaakt, dat de menschen, die gaarne in deze schrale tijd wat visch zouden hebben van $\pm$ 3 uur in den middag af daarvoor wel 3 uur in afwachting in de rij staan. Na een tijd komt dan bedoelde marktambtenaar thans een zeer geschikt persoon b.v. met een mededeeling, dat er visch komt vermoedelijk niet veel. Hij blijft daarop wachten en na een zekeren tijd zegt hij tot de menschen, ik ga heen, want ik geloof niet dat er nog wat komt. Als het te laat wordt zou de visch n.l. worden vrij gegeven en is de verkooper blijkbaar vrij er mede te doen wat hij wil. Dus brengt hij zulks in den zwarten handel, waaraan blijkbaar niets is te doen.
Maar wel zou men kunnen zorgen, dat wanneer er een partij visch voor het Stadionplein is den marktambtenaar daarvan mededeeling ontvangt en dat die visch zonder dat er iets van mag worden achtergehouden. Ook inderdaad onder zijn toezicht op het Stadionplein wordt verkocht, hoe laat dit ook wordt.
Kan zulks niet, dat zou het publiek + even na de vischveiling de mededeeling moeten ontvangen, dat er dien middag geen visch komt en dus niet langer behoeven te wachten.
Ik weet namens zeer velen te handelen en zou het aangenaam vinden, wanneer U hiervoor een betere regeling zoudt kunnen doen treffen.

Met verschuldigde hoogachting,

w.g. H.v.d.Veen.

C.Krusemanstraat 40.

De Burgemeester stelt deze in handen van den Heer Wethouder voor de Levensmiddelenvoorziening ter verdere behandeling.
Amsterdam, 29 Juli 1943.

De Wethouder voor de Levensmiddelen enz. stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen om advies.
Amsterdam, 30 Augustus 1943. De brief schetst een frustrerend beeld van de dagelijkse overlevingsstrijd in bezet Amsterdam. De kern van de klacht is de inefficiënte organisatie van de visverkoop op het Stadionplein. Burgers staan urenlang (soms wel drie uur) in de rij in de hoop op een schaars stukje vis.

De schrijver insinueert een vorm van corruptie of nalatigheid: doordat de marktambtenaar op een gegeven moment vertrekt ("ik geloof niet dat er nog wat komt"), krijgt de verkoper de vrije hand. Volgens de afzender wordt de vis die eigenlijk voor de rij bedoeld was, vervolgens op de zwarte handel verkocht. De schrijver stelt twee oplossingen voor:
1. Betere communicatie naar de marktambtenaar zodat deze blijft tot de vis er is en toeziet op eerlijke verkoop.
2. Snellere berichtgeving aan het publiek na de visveiling, zodat mensen niet voor niets uren in de rij staan.

Onderaan het document is de ambtelijke molen zichtbaar: de burgemeester stuurt het door naar de wethouder (29 juli), die het een maand later (30 augustus) pas doorstuurt naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. Dit document stamt uit juli/augustus 1943, een periode midden in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog (sporadisch) beschikbaar waren buiten de streng gerantsoeneerde vleesvoorziening, maar ook hierop was de controle streng en de zwarte handel tierde welig.

Het "Stadionplein" in Amsterdam-Zuid was (en is) een bekende plek voor markten. De brief toont aan dat ondanks de Duitse bezetting, de civiele burgerij nog steeds de weg naar de burgemeester wist te vinden om te klagen over misstanden. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte. De trage ambtelijke afhandeling (een maand tussen wethouder en marktwezen) is typerend voor de bureaucratie in die tijd. De spelling ("visch", "menschen") is de destijds gebruikelijke spelling-De Vries en Te Winkel, die pas in 1947 officieel werd afgeschaft.

Samenvatting

De brief schetst een frustrerend beeld van de dagelijkse overlevingsstrijd in bezet Amsterdam. De kern van de klacht is de inefficiënte organisatie van de visverkoop op het Stadionplein. Burgers staan urenlang (soms wel drie uur) in de rij in de hoop op een schaars stukje vis.

De schrijver insinueert een vorm van corruptie of nalatigheid: doordat de marktambtenaar op een gegeven moment vertrekt ("ik geloof niet dat er nog wat komt"), krijgt de verkoper de vrije hand. Volgens de afzender wordt de vis die eigenlijk voor de rij bedoeld was, vervolgens op de zwarte handel verkocht. De schrijver stelt twee oplossingen voor:
1. Betere communicatie naar de marktambtenaar zodat deze blijft tot de vis er is en toeziet op eerlijke verkoop.
2. Snellere berichtgeving aan het publiek na de visveiling, zodat mensen niet voor niets uren in de rij staan.

Onderaan het document is de ambtelijke molen zichtbaar: de burgemeester stuurt het door naar de wethouder (29 juli), die het een maand later (30 augustus) pas doorstuurt naar de Directeur van het Marktwezen voor advies.

Historische Context

Dit document stamt uit juli/augustus 1943, een periode midden in de Tweede Wereldoorlog waarin de voedselschaarste in Nederland steeds nijpender werd. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog (sporadisch) beschikbaar waren buiten de streng gerantsoeneerde vleesvoorziening, maar ook hierop was de controle streng en de zwarte handel tierde welig.

Het "Stadionplein" in Amsterdam-Zuid was (en is) een bekende plek voor markten. De brief toont aan dat ondanks de Duitse bezetting, de civiele burgerij nog steeds de weg naar de burgemeester wist te vinden om te klagen over misstanden. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte. De trage ambtelijke afhandeling (een maand tussen wethouder en marktwezen) is typerend voor de bureaucratie in die tijd. De spelling ("visch", "menschen") is de destijds gebruikelijke spelling-De Vries en Te Winkel, die pas in 1947 officieel werd afgeschaft.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

A + B en Veldsla Waterlooplein 40 %
A. Geboorte Waterlooplein 40
A. en B., kropsla en spinazie Waterlooplein 40 %
Allington Pippin Waterlooplein 50
Ananas Reinette Waterlooplein 40
L. Blitz Waterlooplein 25
alias "Joost"). Waterlooplein
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel Waterlooplein 50%
Augurken I, II, III, IV, I en II stippel en III en IV stippel Waterlooplein -
Augurken I, II, III & IV, " I, II, III & IV stippel Waterlooplein
I.J. Velleman Waterlooplein " 2.40
R. Bath Waterlooplein 45
Bellefleur Brabantsche Waterlooplein 45
Bellefleur Engelsche (Koningszuur) Waterlooplein 47
Bellefleur Limburgsche Waterlooplein 47
Belle Lucrative (Seigneur d'Esperen) Waterlooplein 40
Beucke's Butterbirne (Beurré Beucke) Waterlooplein 40
Lucas Caransa Waterlooplein 50
Beurré Clairgeau Waterlooplein 45
Beurré d'Amanlis Waterlooplein 47
T. Diels Waterlooplein 47
Beurré Dilly Waterlooplein 43
Beurré Durondeau (Beurré de Tongres) Waterlooplein 45
Beurré Hardy Waterlooplein 45
Beurré Lebrun Waterlooplein 45
Beurré Superfin Waterlooplein 47
B. Blijham Waterlooplein 42
Bezy de Chaumontel Waterlooplein 40
Bezy von Schonauwen (Vijgenpeer) Waterlooplein 40
Bieten (gekookt) Waterlooplein 87. :
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1