Handgeschreven brief (dienstcorrespondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (dienstcorrespondentie) 19 juni 1943 (met latere aantekeningen tot 6 juli 1943) J.J.M. Bekkerning (Opmerking: De tekst is getranscribeerd met behoud van de originele spelling en interpunctie.)
[Linkerbovenhoek, schuin geschreven:]
Inschrijven
Mossel oproepen 21-6-43
23 of 25 Juni 9 ½ u.
[Paraaf: De May?]
[Midden boven:]
No. 109/7/1 M. 1943 29/6
Hr. Inspecteur
[Rechterbovenhoek:]
19-6-43.
[Hoofdtekst:]
Zaterdag 19 Juni is het voorgekomen dat de Koopman Mossel met zijn toewijzing niet verschenen is aan 't Stadionplein.
Aangezien mij werd gevraagd door het publiek of er nog visch kwam deelde ik hen mede dat er nog een wagen kon komen.
Overgelukkig dat er nog vele een kans hadden bleven zij in al dat weer staan totdat eindelijk bleek dat er niets meer kwam.
Des middags vernam ik van de heer Stam dat Mossel zijn toewijzing had verkocht aan de Noordermarkt en hij daar toestemming voor had gekregen wegens ziekte.
Gaarne zag ik dat deze toewijzing dan werd afgegeven aan de partner van Mossel zijnde J. Snoek czn. opdat dan dit gedeelte der stad niet door vermindering van visch werd benadeeld. Dit verzoek richt ik tot U daar ik al reeds een koopman H. Visser kwijt ben omdat deze naar Duitschland moest.
Hopende dat U dit verzoek zult inwilligen teeken ik
[Handtekening:]
J.J.M. Bekkerning
[Linksonder, schuin geschreven afhandeling:]
afgedaan
Mossel & Snoek zullen voortaan gelijk visch ontvangen & Snoek zal nu visch voor Mossel vervoeren m. h. [?] met tram naar verkoopplaats gaat en zelf zijn visch verkoopt.
[Rechtsonder, administratieve krabbels:]
Contr: [Paraaf: De May?]
28-6-43
Zie voor gedrag publiek
Munt?
6-7-43 De brief is een formeel verslag van een incident op de markt bij het Stadionplein in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De auteur, Bekkerning, rapporteert dat koopman Mossel niet is komen opdagen met zijn "toewijzing" (waarschijnlijk een gerantsoeneerde partij vis). Dit leidde tot teleurstelling bij het publiek dat in slecht weer stond te wachten.
De kern van de brief is een verzoek om de vergunning/toewijzing over te dragen aan Mossels partner, J. Snoek. De motivatie is tweeledig: ten eerste om de voedselvoorziening in dat deel van de stad op peil te houden, en ten tweede omdat er al een tekort aan handelaren is. De vermelding dat koopman H. Visser "naar Duitschland moest" is een directe verwijzing naar de Arbeidseinsatz (gedwongen tewerkstelling).
Uit de kanttekeningen onderaan blijkt dat het verzoek is ingewilligd: Snoek mag voortaan de vis voor Mossel vervoeren (per tram) zodat de verkoop doorgang kan vinden. Dit document biedt een unieke inkijk in het dagelijks leven in bezet Nederland (1943). Het illustreert de schaarste en de strikte regulering van de voedselvoorziening via toewijzingen. Zelfs de afwezigheid van één visboer had direct impact op de publieke orde en de gemoedstoestand van de bevolking ("overgelukkig dat er nog vele een kans hadden").
De context van de Holocaust is hier ook latent aanwezig: de naam "Mossel" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Hoewel de brief spreekt over "ziekte", vonden in juni 1943 grote razzia's plaats in Amsterdam (o.a. de grote razzia van 20 juni 1943). Het feit dat Mossel zijn toewijzing "verkocht" op de Noordermarkt en de partner Snoek het overneemt, kan wijzen op een poging om de handel veilig te stellen in een tijd van extreme onzekerheid en vervolging. De opmerking over de handelaar die naar Duitsland moest, bevestigt de constante druk van de bezetter op de Nederlandse beroepsbevolking. H. Visser J. Snoek J.J.M. Bekkerning Mossel met (Koopman) Marktwezen