Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekening.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekening. 27 oktober 1943. T.J. Cruy-Hartkoorn. [Brieftekst:]
maar dan had het publiek ook wat te zeggen.
Volgens mij was dit een zwak argument.
De marktmeester zal wel gedacht hebben dat ik de
p-- in had omdat ik bij de 3e groep behoorde,
maar mijnheer ik hoop dat U begrijpt dat het
daar niet om gaat.
De tegenwoordige marktmeester heeft het herhaaldelijk
met het publiek aan den stok. Toen hij er pas
was, controleerde hij de persoonsbewijzen om te kijken
of de een niet 4x en de andere helemaal geen vis
kreeg. Ik heb altijd gezegd: "Die man is ten-
minste eerlijk." Ik ben altijd voor hem op-
gekomen omdat het publiek ook zo "lekker"
niet is. Maar nu ik ondervonden heb dat
hij niet eerlijk loot, wil ik dat onder uw
aandacht brengen.
Hoogachtend
T. J. Cruy- Hartkoorn
Sloterweg 82 I
Amsterdam (West)
[Ambtelijke kanttekening in de marge/onderzijde:]
Mijn indruk is niet, dat
Mw. T. J. Cruy gelijk
heeft. Om echter dergelijke
klachten te voorkomen, is
door mij aan Bekking
opgedragen, om voortaan
het publiek een lootje
te laten trekken
en een en ander aan Mw Cruy medegedeeld.
Opbergen. 27-10-'43
de Boer Dit document betreft een brief van een Amsterdamse burger aan een niet nader genoemde autoriteit (vermoedelijk de marktwezen-afdeling van de gemeente). De schrijfster, mevrouw Cruy-Hartkoorn, uit haar ongenoegen over de huidige marktmeester. Hoewel ze hem aanvankelijk steunde vanwege zijn strenge controle op persoonsbewijzen (om te voorkomen dat mensen meerdere malen vis bemachtigden terwijl anderen niets kregen), is haar vertrouwen geschaad. Ze beschuldigt hem er nu van dat hij de loting voor de schaarse vis niet eerlijk laat verlopen.
De ambtelijke reactie van 'de Boer' onderaan de brief is zakelijk en pragmatisch. Hoewel hij de klacht niet gegrond vindt ("Mijn indruk is niet, dat Mw. T. J. Cruy gelijk heeft"), besluit hij toch de procedure te veranderen. Om toekomstige klachten te voorkomen, krijgt een zekere Bekking de opdracht om voortaan met een lotensysteem te werken. Het document is gedateerd op 27 oktober 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. De context van de bezetting is duidelijk merkbaar:
1. Schaarste en distributie: Vis was, net als veel ander voedsel, schaars en ging op de bon of werd via specifieke verdeelsystemen (zoals loting) op de markt verkocht. De frustratie over een 'oneerlijke' verdeling was in deze tijd van honger en tekorten zeer groot.
2. Persoonsbewijzen: De brief vermeldt dat de marktmeester persoonsbewijzen controleerde. Het persoonsbewijs was in 1941 door de bezetter verplicht gesteld voor alle Nederlanders boven de 15 jaar en was een cruciaal instrument voor de controle op de bevolking en de distributie van goederen.
3. Bureaucratie onder bezetting: Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke diensten functioneren. De brief toont aan dat burgers nog steeds hun weg naar de autoriteiten wisten te vinden met alledaagse klachten over eerlijkheid en bestuur, en dat deze klachten – hoe klein ook – administratief werden afgehandeld en gearchiveerd. J. Cruy T.J. Cruy Marktwezen