Brief (klacht)
Origineel
Brief (klacht) 16 oktober 1943 Onbekend (handtekening ontbreekt op deze pagina) [Aantekening linksboven in blauwe inkt:] Inschrijven
[Aantekening linksboven in blauw potlood:] 22-10-’43 De Haan
[Aantekening in rood potlood:] Afgez. voor verzending 27/10 G.
[Stempel in paarse inkt:] No. log/11/1 M. 1943 22/10
Amsterdam 16 October 1943
Den Heer ~~directeur~~ Inspecteur
van het marktwezen.
Geachte Heer,
Beleefd vraag ik Uw aandacht voor het volgende.
Geregeld bezoek ik het Stadionplein om te proberen
een maaltje vis te krijgen. Meerdere malen is het
mij opgevallen dat de tegenwoordige marktmeester
m.i. niet eerlijk loot. Hij geeft de lootjes in-
plaats dat hij laat trekken.
Nu heb ik Donderdag 14 October het volgende beleefd.
Om half tien werd zo als altijd een lange rij
van wachtenden gevormd. Even later hakte de
marktmeester deze rij in drieën en iedere rij werd
apart gezet. Toevallig was de rij bij mij doorgehaald,
zodat ik precies vooraan van één der rijen
kwam te staan. Even later begon de marktmeester
te loten.
Hij haalde 3 opgerolde papiertjes uit zijn portemon-
naie. Hij schudde die tussen zijn handen door
elkaar. Maar dit schudden deed hij niet eerlijk.
Dit kan ik echter niet bewijzen. Vervolgens gaf
hij aan drie mensen een briefje. Ik was
één van die drie. Op mijn briefje stond „3e groep”
Ik zei tegen den marktmeester: „Waarom laat U
niet trekken?”. Hij antwoordde: „Vroeger liet ik trekken In deze brief beklaagt een burger zich over de gang van zaken bij de visverkoop op het Stadionplein in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht richt zich op de marktmeester, die beschuldigd wordt van malversaties bij de loting. In plaats van mensen zelf een lot te laten trekken (wat een eerlijke kans zou waarborgen), deelt de marktmeester handmatig briefjes uit die hij vooraf in zijn portemonnee bewaarde. De briefschrijver suggereert dat de marktmeester de verdeling manipuleert, maar geeft eerlijk toe dit niet hard te kunnen maken ("Dit kan ik echter niet bewijzen"). De tekst breekt af midden in het weerwoord van de marktmeester. Het document dateert uit oktober 1943, een periode waarin de voedselschaarste in bezet Nederland steeds nijpender werd. Producten zoals vis waren schaars en de distributie ervan was streng gereguleerd. Vanwege de grote vraag en het kleine aanbod ontstonden er lange rijen en moest er vaak geloot worden om te bepalen wie er mocht kopen. Dit systeem was fraudegevoelig en leidde tot groot wantrouwen onder de bevolking richting ambtenaren. Klachtenbrieven zoals deze geven een indringend beeld van de dagelijkse overlevingsstrijd, de corruptie (of de schijn daarvan) en de sociale spanningen die de schaarste teweegbracht. Het archiefstempel en de ambtelijke krabbels duiden erop dat de klacht serieus in behandeling is genomen door de Dienst van het Marktwezen. Marktwezen