Archief 745
Inventaris 745-281
Pagina 341
Dossier 27
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief / Kennisgeving

13 maart 1939 Van: Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14) Aan: Den Heer S. Blitz, Rapenburgerstraat 16 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2) Dossier: 28/27/7

Origineel

Officiële brief / Kennisgeving 13 maart 1939 Gemeente Amsterdam, Dienst van het Marktwezen (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14) Den Heer S. Blitz, Rapenburgerstraat 16 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 2) [Logo: Wapen van Amsterdam]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG. Verzonden 13/3

TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN


No. 28/27/7 M.
BIJLAGE ____
ONDERWERP: AMSTERDAM (W.) 13 Maart 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

                    AAN
                        den Heer S. Blitz,
                        Rapenburgerstraat 16 II,
                        -Amsterdam-Centrum.
                                       Wijk 2.

    Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt

gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing
om Uw plaats op de markt Lindengracht
regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge
artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden inge-
trokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op
15 Maart 1939 tusschen 9½ - 12 uur te komen bij den
Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amster-
dam-West.

                                  De Directeur,

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele aanzegging van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De essentie van het document is een voorgenomen intrekking van een marktvergunning. De heer S. Blitz wordt ervan beschuldigd zijn toegewezen standplaats op de Lindengrachtmarkt niet regelmatig te hebben bezet, wat een overtreding is van Artikel 11 van het toenmalige Reglement op de Markten.

Opvallend is de procedurele zorgvuldigheid: hoewel er al een schriftelijke waarschuwing is geweest en de grond voor intrekking aanwezig is, krijgt de betrokkene de gelegenheid om gehoord te worden ("Alvorens hiertoe te besluiten") bij de inspecteur. De taal is ambtelijk en dwingend, typerend voor de vooroorlogse bureaucratie in Nederland (gebruik van "den Heer", "schriftelyke", "tusschen"). Het document dateert van maart 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het adres van de ontvanger, de Rapenburgerstraat, bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.

De Lindengrachtmarkt was in die tijd een vitale markt in de Jordaan. De strenge handhaving op het bezetten van marktplaatsen was nodig om de levendigheid en het economisch nut van de markten te waarborgen; een onbezet vak betekende immers gemiste inkomsten voor de stad en een minder aantrekkelijke markt voor het publiek. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de aanwezigheid van kooplieden.

Uit genealogische bronnen is bekend dat Salomon Blitz inderdaad een marktkoopman was. In de context van de nakende oorlog en de latere Jodenvervolging krijgt een dergelijk administratief document over het recht op een marktplaats een wrange bijsmaak, aangezien Joodse marktkooplieden vanaf 1941 stelselmatig van de openbare markten zouden worden geweerd. S. Blitz Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Deze brief is een formele aanzegging van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De essentie van het document is een voorgenomen intrekking van een marktvergunning. De heer S. Blitz wordt ervan beschuldigd zijn toegewezen standplaats op de Lindengrachtmarkt niet regelmatig te hebben bezet, wat een overtreding is van Artikel 11 van het toenmalige Reglement op de Markten.

Opvallend is de procedurele zorgvuldigheid: hoewel er al een schriftelijke waarschuwing is geweest en de grond voor intrekking aanwezig is, krijgt de betrokkene de gelegenheid om gehoord te worden ("Alvorens hiertoe te besluiten") bij de inspecteur. De taal is ambtelijk en dwingend, typerend voor de vooroorlogse bureaucratie in Nederland (gebruik van "den Heer", "schriftelyke", "tusschen").

Historische Context

Het document dateert van maart 1939, een periode van grote economische en politieke spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het adres van de ontvanger, de Rapenburgerstraat, bevond zich in het hart van de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam.

De Lindengrachtmarkt was in die tijd een vitale markt in de Jordaan. De strenge handhaving op het bezetten van marktplaatsen was nodig om de levendigheid en het economisch nut van de markten te waarborgen; een onbezet vak betekende immers gemiste inkomsten voor de stad en een minder aantrekkelijke markt voor het publiek. Het Marktwezen hield nauwgezet toezicht op de aanwezigheid van kooplieden.

Uit genealogische bronnen is bekend dat Salomon Blitz inderdaad een marktkoopman was. In de context van de nakende oorlog en de latere Jodenvervolging krijgt een dergelijk administratief document over het recht op een marktplaats een wrange bijsmaak, aangezien Joodse marktkooplieden vanaf 1941 stelselmatig van de openbare markten zouden worden geweerd.

Genoemde Personen 1

Locaties

Centrale Markt Lindengracht

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2