Archief 745
Inventaris 745-429
Pagina 20
Dossier 92
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief of rapportage met handgeschreven correcties en kanttekeningen.

Origineel

Getypte ambtelijke brief of rapportage met handgeschreven correcties en kanttekeningen. [Bovenaan de pagina, gecentreerd:]
- 3 -

[Hoofdtekst:]
In het algemeen kan ik evenwel volkomen met het oorddel van den Leider van den Centralen Contrôle-Dienst instemmen namelijk dat aal in verschen toestand voor de bevolking een beter voedsel is dan in gerookten toestand. Bovendien is voor gerookte aal de mogelijkheid tot zwarten handel zeer veel grooter. Een algemeen rookverbod ~~alleen voor Amsterdam lijkt ons momenteel~~ te ver ^te^ gaan, aangezien daardoor een aantal, reeds jaren bestaande rookerijen, tot sluiting zouden worden gedoemd. Wellicht zou de Centrale in overweging willen nemen om voor het geheele land een rookverbod uit te vaardigen en als consequentie daarvan voor te schrijven, dat alle aal in verschen toestand in consumptie moet worden gebracht. Het sluiten der rookerijen is daarbij het vraagstuk dat bezien moet worden. ~~Overigens~~ ^Bovendien^ moet ik opmerken, dat het op bepaalde warme dagen onvermijdelijk zal zijn, vooral ook met het oog op transportmoeilijkheden (aanvoer van Urk!) om tot rooken over te gaan.

  1. aalverkoop uitsluitend op markten

Het denkbeeld van den Districtleider is zeer aantrekkelijk doch kan naar mijn meening bezwaarlijk worden verwezenlijkt.
Het kan naar mijn meening niet op den weg van het Gemeente-bestuur liggen om een dergelijke, ingrijpende, voor den middenstand ruineuze maatregel te treffen. Dit zou toch een deklasseering van de zaken beteekenen, waarbij de winkelier zijn hooge winkelonkosten zou blijven houden, terwijl hij in het geheel niet is ingesteld op den straathandel.
Met de strekking van het denkbeeld ben ik het volkomen eens waar het de contrôle die op de winkels ^(thans nog)^ vrijwel onuitvoerbaar is wil verleggen naar de markten, wanneer deze stellig beter is uit te voeren.
Hoe hoog de waarde van een betere contrôle ook mag worden aangeslagen, zij schijnt toch haar doel voorbij te schieten wanneer daardoor de meeste zaken ten onder zouden gaan. Bovendien mag ook niet over het hoofd worden gezien, dat door dezen maatregel het voor de betreffende zaken vrijwel onmogelijk zou worden na den [einde pagina]

[Handgeschreven tekst in de linker marge:]
1. Bovendien acht ik het artikel "gerookte aal + paling" een dusdanig geliefd artikel door de bevolking, dat dienvolgens geen medewerking kan worden verleend, dat dit artikel geheel van de markt zou verdwijnen. * Beleidsdilemma: De tekst illustreert de spanning tussen de wens van de overheid om controle uit te oefenen op de voedselvoorziening (voorkomen van zwarte handel) en de economische realiteit van de middenstand.
* Voedselkwaliteit vs. Controle: De schrijver erkent dat verse aal voedzamer is, maar dat gerookte aal veel gevoeliger is voor illegale handel ("zwarten handel").
* Logistiek: De vermelding van Urk onderstreept de logistieke uitdagingen tijdens de oorlog; als transport te lang duurt (zeker bij warm weer), is roken de enige manier om bederf tegen te gaan.
* Economische Impact: Er is sterke weerstand tegen het verplaatsen van de handel naar de markt. De schrijver wijst op de "ruineuze" gevolgen voor winkeliers die vaste lasten hebben maar geen ervaring met straathandel. De vrees voor "deklasseering" van de detailhandel is hierbij een opvallend argument.
* Correcties: De handgeschreven correcties en kanttekeningen wijzen op een proces van beleidsvorming of advisering, waarbij de tekst kritisch is herlezen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (Tweede Wereldoorlog). De Centralen Contrôle-Dienst (CCD) was een in 1941 opgerichte instantie die belast was met het toezicht op de naleving van de distributievoorschriften en het bestrijden van de zwarte handel.

De tekst geeft een inkijkje in de bureaucratische discussies over de voedselvoorziening. Paling was een belangrijk volksvoedsel, maar door schaarste en de grote vraag was het een gewild product op de zwarte markt. De overheid probeerde door middel van centralisatie (verkoop op markten in plaats van verspreid in winkels) de grip op de distributie te vergroten, maar stuitte daarbij op bezwaren van lokaal bestuur en de belangen van de gevestigde middenstand. De toon van de brief is ambtelijk en pragmatisch, waarbij geprobeerd wordt de effectiviteit van controle af te wegen tegen de economische levensvatbaarheid van de sector.

Samenvatting

  • Beleidsdilemma: De tekst illustreert de spanning tussen de wens van de overheid om controle uit te oefenen op de voedselvoorziening (voorkomen van zwarte handel) en de economische realiteit van de middenstand.
  • Voedselkwaliteit vs. Controle: De schrijver erkent dat verse aal voedzamer is, maar dat gerookte aal veel gevoeliger is voor illegale handel ("zwarten handel").
  • Logistiek: De vermelding van Urk onderstreept de logistieke uitdagingen tijdens de oorlog; als transport te lang duurt (zeker bij warm weer), is roken de enige manier om bederf tegen te gaan.
  • Economische Impact: Er is sterke weerstand tegen het verplaatsen van de handel naar de markt. De schrijver wijst op de "ruineuze" gevolgen voor winkeliers die vaste lasten hebben maar geen ervaring met straathandel. De vrees voor "deklasseering" van de detailhandel is hierbij een opvallend argument.
  • Correcties: De handgeschreven correcties en kanttekeningen wijzen op een proces van beleidsvorming of advisering, waarbij de tekst kritisch is herlezen.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (Tweede Wereldoorlog). De Centralen Contrôle-Dienst (CCD) was een in 1941 opgerichte instantie die belast was met het toezicht op de naleving van de distributievoorschriften en het bestrijden van de zwarte handel.

De tekst geeft een inkijkje in de bureaucratische discussies over de voedselvoorziening. Paling was een belangrijk volksvoedsel, maar door schaarste en de grote vraag was het een gewild product op de zwarte markt. De overheid probeerde door middel van centralisatie (verkoop op markten in plaats van verspreid in winkels) de grip op de distributie te vergroten, maar stuitte daarbij op bezwaren van lokaal bestuur en de belangen van de gevestigde middenstand. De toon van de brief is ambtelijk en pragmatisch, waarbij geprobeerd wordt de effectiviteit van controle af te wegen tegen de economische levensvatbaarheid van de sector.

Kooplieden in dit dossier 100

Aanvoergelden heffing op den (verkoop 83,73
A. Brandt Overtoom 471
A.C.M. de Natris Postjesweg 9
A.K.W. v.d. Linden Overtoom 392
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1/9 '34 t/m '43
A. Van 1/9 '34 t/m '42
A. Van 1/9 '34 t/m 30/37 + boekjaar 42/43
Andere lasten 18.110,75
Andere lasten 18.110.75
A. Th. Waalberg 1
A.Th.Waalberg 1
A.Th.Waalberg Kinkerstraat 60-62
B. Oet 1
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3