Archiefdocument
Origineel
29 februari 1944. Functionaris van de Amsterdamse vismarkt (naam onduidelijk). Rapport.
Amsterdam 29 Febr. 44.
WelEd.geb. H. W. de Haer
Zaterdagmorgen 26 Febr. jl. kwam tot mij
M. de Groot Monnikendam en deelde
mij mede, dat er 3 zendingen versche
Spiering voor hem, met spoortreinen
aankomen, afkomstig van Dirk
de Jager uit Stellendam.
Hij vroeg mij, deze zendingen
te doen afhalen en ze in de visch-
markt te doen verkoopen. Deze
spiering was verzonden in dichte
vaten. Ik vroeg hem wanneer
die spiering was afgezonden.
Hij zeide: Maandag 21 Febr 7 vaten:
Dinsdag 22 Febr 6 vaten: Woensdag
23 Febr 6 vaten. –
Maandag 28 Febr heb ik de eerste
zending 7 vaten 345 KG. ontvangen,
dus die spiering was acht dagen onder-
weg geweest, wat zeer lang is. Bij
het open maken van de vaten, bleek
mij al direct, dat de spiering bedor-
ven was. Ik wachtte den keurmeester
af, dat was de heer Reunis, die al spoedig
het heele partijtje afkeurde. Reunis
heeft zich in verbinding gesteld met
Artis en, om nog wat voor den
afzender te redden, de spiering ver-
kocht aan Artis.
Dinsdag 29 Febr zijn de twee andere
zendingen aangekomen dus
12 vaten, deze werden ook allen
door den heer Reunis afgekeurd
en aan Artis verkocht. –
Hoogachtend
[handtekening onleesbaar]
[Stempel]: Nº 46 A/39/1 M. 1944 (met handgeschreven '3' onder de M)
Heden morgen berichtte M. de
Groot mij, dat er weer 2 zendingen
spiering waren afgezonden en wel
720 KG / 1691 KG. Ik verzocht om de Jager direct
een telegram [te] sturen om niet meer
te sturen. – Dit rapport documenteert een logistiek falen in de vishandel tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Bederving: Door een transporttijd van acht dagen (waarschijnlijk veroorzaakt door prioriteiten van militair transport of brandstoftekorten bij de spoorwegen) arriveerde de spiering uit Stellendam in bedorven staat in Amsterdam.
* Economische bereddering: De keurmeester, de heer Reunis, keurde de vis direct af voor menselijke consumptie. Om het financiële verlies voor de visser (Dirk de Jager) enigszins te beperken, werd de vis verkocht aan de dierentuin Artis, waar het vermoedelijk diende als voer voor de visetende dieren.
* Interventie: De ontvanger in Amsterdam tracht verdere verliezen te voorkomen door de aanvoer onmiddellijk te laten stoppen via een telegram. De enorme hoeveelheden die nog in aantocht waren (720 kg en 1691 kg), duiden op het risico van een grote kapitaalvernietiging. Het document is opgesteld in februari 1944, een tijd van extreme schaarste en ontregeling in het bezette Nederland. De vishandel was een cruciale bron van eiwitten, maar de logistiek was zeer kwetsbaar. Dat Artis als afnemer van bedorven vis wordt genoemd, was in die tijd gebruikelijk; de dierentuin had grote moeite om aan voedsel voor de dieren te komen, en afgekeurde partijen van de vismarkt of abattoirs vormden een belangrijke noodoplossing. De vermelding van transport per "spoortreinen" onderstreept de afhankelijkheid van het destijds vaak door de bezetter gevorderde of door sabotage geteisterde spoornetwerk.