Archief 745
Inventaris 745-429
Pagina 134
Dossier 55
Jaar 1944
Stadsarchief

Archiefdocument

16 maart 1944. Van: Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet 1925, Amsterdam. Aan: Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (West).

Origineel

16 maart 1944. Directeur van de Rijksdienst ter uitvoering van de Zuiderzeesteunwet 1925, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (West). [Linksboven:]
RIJKSDIENST TER UITVOERING VAN DE
ZUIDERZEESTEUNWET 1925 (Stb. 290)

Afd. Artikel 13, No. 258
Bericht op brief van: D. 1599.

[Midden boven, stempel:]
Nᵒ 46A/46/1 M.1944 16/3

[Rechtsboven:]
A/CS.
AMSTERDAM, 16 Maart 1944,
~~POSTBUS 455, INTERC. R 0415~~
Jacob Obrechtstraat 67; Tel. 93517.
[Potloodnotitie:] 895

Betreft: Vischventer.

Aan den Heer Directeur van het
Marktwezen , Jan van Galenstr. 14,
te
A M S T E R D A M . (WEST).

Verzoeke bij beantwoording
aan te halen:
Dossier:
No.: en Afd.
Bijlagen: --

[Rechtsmidden, handgeschreven potlood:] m. Dir
[Rechtsmidden, handgeschreven rood:] Ingek. brief 20-3-44 [onderstreept]

Tot mij wendde zich met een verzoek om gelde-
lijke tegemoetkoming ingevolge de Zuiderzeesteunwet
Albert Koning te Volendam, Dril 16, geb: 12-7-1886,
die het beroep van vischventer alhier uitoefent.
Hij deelt mede, dat hij sedert begin van deze
maand geen visch meer aan den afslag toegewezen krijgt
bij gebrek aan aanvoer.
U zult mij verplichten met mij te willen mede-
deelen of de vischaanvoer inderdaad heeft opgehouden
en of deze stagnatie van langen duur zal zijn dan wel
als van toevalligen, voorbijgaanden aard.
Voorts verneem ik gaarne of naar Uwe meening
de gemiddelde verdienstmogelijkheden van Koning zoo
gering geweest zijn, dat bij de voorgekomen stagnatie
een beroep op onderstand reeds thans gerechtvaardigd
kan worden geacht.

[Linksonder, handgeschreven kanttekening:]
Thans weer behoorlijke aanvoer.
Indien op ruimere aanvoer weer sterke achteruit loopt zijn de verdienstmogelijkheden inderdaad zoo gering, indien hij tenminste uitsluitend van de vischhandel moet bestaan dat te zijner ure een beroep op onderstand gerechtvaardigd kan worden geacht.

31-3-44
de Kon

[Handtekening stempel/ondertekening:]
DE DIRECTEUR VAN DEN RIJKSDIENST TER
UITVOERING VAN DE ZUIDERZEESTEUNWET ,
[Handtekening: Kleuph]

[Voetnoot:]
9499-'38
[Handgeschreven paraaf:] LOK De kern van dit document is een informatieverzoek van de Rijksdienst voor de Zuiderzeesteunwet aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De aanleiding is een steunaanvraag van Albert Koning, een in Amsterdam werkzame visventer uit Volendam. Koning voert aan dat hij door een gebrek aan aanvoer op de visafslag geen handelswaar krijgt en dus geen inkomen heeft.

De Rijksdienst vraagt het Marktwezen om twee zaken te verifiëren:
1. Is er inderdaad een (tijdelijke) stagnatie in de visaanvoer?
2. Zijn de verdiensten van deze specifieke venter normaal gesproken al zo laag dat deze stagnatie direct leidt tot een noodzaak voor financiële onderstand?

De handgeschreven kanttekening (waarschijnlijk een concept-antwoord of interne notitie van het Marktwezen d.d. 31-3-1944) stelt dat de aanvoer inmiddels is hersteld. Er wordt echter erkend dat de marges in de visdetailhandel zeer klein zijn; indien Koning geen andere inkomstenbronnen heeft, wordt een toekomstig beroep op steun als aannemelijk beschouwd. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (maart 1944). De economische omstandigheden waren in deze periode uiterst precair door schaarste, distributiemaatregelen en vorderingen door de bezetter.

De Zuiderzeesteunwet van 1925 was oorspronkelijk bedoeld om vissers en aanverwante beroepsgroepen schadeloos te stellen voor de gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee (de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932). Veel vissers uit plaatsen als Volendam trokken naar Amsterdam om daar als visventer hun brood te verdienen.

De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee steunaanvragen werden behandeld, zelfs in de late oorlogsjaren, waarbij verschillende overheidsinstanties (Rijksdienst en Gemeentelijk Marktwezen) gegevens met elkaar uitwisselden om de rechtmatigheid van een uitkering te toetsen.

Samenvatting

De kern van dit document is een informatieverzoek van de Rijksdienst voor de Zuiderzeesteunwet aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De aanleiding is een steunaanvraag van Albert Koning, een in Amsterdam werkzame visventer uit Volendam. Koning voert aan dat hij door een gebrek aan aanvoer op de visafslag geen handelswaar krijgt en dus geen inkomen heeft.

De Rijksdienst vraagt het Marktwezen om twee zaken te verifiëren:
1. Is er inderdaad een (tijdelijke) stagnatie in de visaanvoer?
2. Zijn de verdiensten van deze specifieke venter normaal gesproken al zo laag dat deze stagnatie direct leidt tot een noodzaak voor financiële onderstand?

De handgeschreven kanttekening (waarschijnlijk een concept-antwoord of interne notitie van het Marktwezen d.d. 31-3-1944) stelt dat de aanvoer inmiddels is hersteld. Er wordt echter erkend dat de marges in de visdetailhandel zeer klein zijn; indien Koning geen andere inkomstenbronnen heeft, wordt een toekomstig beroep op steun als aannemelijk beschouwd.

Historische Context

Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (maart 1944). De economische omstandigheden waren in deze periode uiterst precair door schaarste, distributiemaatregelen en vorderingen door de bezetter.

De Zuiderzeesteunwet van 1925 was oorspronkelijk bedoeld om vissers en aanverwante beroepsgroepen schadeloos te stellen voor de gevolgen van de afsluiting van de Zuiderzee (de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932). Veel vissers uit plaatsen als Volendam trokken naar Amsterdam om daar als visventer hun brood te verdienen.

De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee steunaanvragen werden behandeld, zelfs in de late oorlogsjaren, waarbij verschillende overheidsinstanties (Rijksdienst en Gemeentelijk Marktwezen) gegevens met elkaar uitwisselden om de rechtmatigheid van een uitkering te toetsen.

Kooplieden in dit dossier 100

Aanvoergelden heffing op den (verkoop 83,73
A. Brandt Overtoom 471
A.C.M. de Natris Postjesweg 9
A.K.W. v.d. Linden Overtoom 392
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '43
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m '42
A. Van 1-9-34 t/m 29-1-37 + boekjaar 42/43
A. Van 1/9 '34 t/m '43
A. Van 1/9 '34 t/m '42
A. Van 1/9 '34 t/m 30/37 + boekjaar 42/43
Andere lasten 18.110,75
Andere lasten 18.110.75
A. Th. Waalberg 1
A.Th.Waalberg 1
A.Th.Waalberg Kinkerstraat 60-62
B. Oet 1
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3