Archiefdocument
Origineel
(Rechtsboven: 3)
A'dam bestemde visch
moest na de markt worden
aangevoerd en verdeeld.
~~De bestaand~~ De werkzaamheden die
~~verbonden zijn met~~ ~~aan~~ ~~de~~ ~~vervulling~~ ~~van~~
~~de~~ ~~bekend~~ ~~geen reden~~
~~om de overtuiging te doen doen~~
~~ik ... dat U~~
~~daarmede volledig op de~~
hoogte zijt. Slechts wil ik
erop wijzen, dat de werk-
zaamheden in vergelijking met
vóór den oorlog belangrijk zijn
uitgebreid, hetgeen reeds wordt
geïllustreerd door het feit, dat
er per dag 2 verveilingen
plaatsvinden nl. des morgens
om 9 uur en des middags
om 2 uur. Het personeel
bestond vóór den oorlog uit
~~7~~ man, terwijl thans
19 menschen met de werkzaam-
heden van de verveiling zijn
belast.
(Marge links:)
In dit verband herinnerde ik
mij de vraag door Jood [?] mogelijk te hebben
beantwoord. De tekst is een ambtelijke verantwoording voor de uitbreiding van het personeelsbestand bij de Amsterdamse visverveiling. De kern van het betoog is dat de werklast sinds de vooroorlogse periode aanzienlijk is toegenomen.
De auteur onderbouwt dit met twee concrete bewijspunten:
1. Frequentie van werkzaamheden: Waar voorheen wellicht minder veilingmomenten waren, vinden er nu structureel twee 'verveilingen' (herveilingen of secundaire distributiemomenten) per dag plaats (9:00 uur en 14:00 uur).
2. Personele bezetting: Het aantal medewerkers is meer dan verdubbeld, van 7 naar 19 personen.
De vele doorhalingen in het middenstuk tonen aan dat de schrijver zocht naar de juiste toon om de lezer (vermoedelijk een superieur of een controlerende instantie) te overtuigen van de noodzaak van deze groei. De term 'verveiling' duidt op het proces waarbij vis na de eerste afslag verder wordt verdeeld voor de lokale markt. Dit document past in de context van de naoorlogse wederopbouw en de herinrichting van de Amsterdamse voedselvoorziening. Na de bevrijding moest de distributie van schaarse goederen zoals vis opnieuw worden georganiseerd, vaak met een grotere mate van administratieve controle en toezicht dan voor 1940.
De Amsterdamse vismarkt was van oudsher een complex logistiek proces. De groei van 7 naar 19 man suggereert een professionalisering of een toename in bureaucratische afhandeling (zoals distributiebonnen of prijsbeheersing) die typerend was voor de jaren direct na de oorlog. De kanttekening in de marge over een "vraag door Jood" is intrigerend; dit kan verwijzen naar een specifieke ambtenaar of handelaar, of mogelijk naar een kwestie rondom de terugkeer van Joodse handelaren in de vismarkt na de bezetting.