Archiefdocument
Origineel
28 april 1944 H. Gorter (gebaseerd op administratieve aantekening linksonder) [Linksboven:]
No 46A/57/3 M.194.½
Antwoord op schrijven No 46 A/57/2 M1
Amsterdam 28 april 1944
[Rechtsboven, doorgehaald:]
nu dat gedaan
Thv [?]
[Brieftekst:]
Geachte Heer
Uw schrijven van d.d. 27 April ontvangen
en daar voor mijn oprechte dank.
Ik wensch van U, dat U de zaak
oprecht zult onderzoeken. En mij niet
zoon [zo’n] bericht kan sturen, als die ik
opheden van U ontving.
Tekende met de hoop van rechtvaardig
onderzoek verblijf ik U hoogachtend
[Handtekening]
1e Jan Steijnstraat 103 B I
[Administratieve aantekeningen onderaan:]
Oproep — met gegevens over vorig jaar 1939-1940
8-5-44
delta [?]
46A/57/4
[Rechtsonder:]
Indicatie
stukken bijvoegen s.v.p.
Th.V.
[Linksonder:]
H. Gorter -> * Toon en Inhoud: De schrijver reageert op een brief die hij slechts één dag eerder heeft ontvangen. De toon is beleefd doch dwingend en kritisch. De zinsnede "En mij niet zoon bericht kan sturen, als die ik opheden van U ontving" suggereert dat de schrijver ontevreden is over de inhoud van de eerdere correspondentie of de manier waarop hij is behandeld.
* Taalgebruik: Er is sprake van enigszins verouderd of fonetisch gespeld Nederlands, zoals "opheden" (vandaag/heden) en "zoon" in plaats van "zo'n". De zinsbouw in de afsluiting is formeel ("Tekende met de hoop...").
* Administratieve verwerking: De brief is onderdeel van een lopend dossier, getuige de opeenvolgende nummers (46A/57/2, 46A/57/3 en de verwijzing naar het volgende stuk 46A/57/4). Ambtenaren hebben later aantekeningen toegevoegd over een oproep en het bijvoegen van stukken uit de periode 1939-1940. Dit document stamt uit april 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Gezien de formele kenmerken en de verwijzing naar een "rechtvaardig onderzoek", betreft dit waarschijnlijk correspondentie met een gemeentelijke of provinciale instantie (mogelijk de belastingdienst, distributiedienst of een juridische afdeling). De verwijzing naar gegevens uit 1939-1940 wijst erop dat de instantie onderzoek doet naar de situatie van de schrijver van vlak voor de oorlog of de vroege bezettingsjaren. Het adres, de 1e Jan Steijnstraat in de Amsterdamse wijk De Pijp, was indertijd een volksbuurt. De brief geeft een inkijkje in de stroeve bureaucratische interacties tussen burgers en instanties tijdens de oorlogsjaren.