Handgeschreven nota of rapportage-onderdeel.
Origineel
Handgeschreven nota of rapportage-onderdeel. besluit wordt aangenomen in
den geest van het 2e. Straat-
kooplieden zullen dan geen
visch meer in de steden mogen
invoeren.
De gemeente verwacht,
bij invoering van het voorstel
C.C.D. moeilijkheden met
A’damsche handelaren.
De buitenventers krijgen
nl. veel meer visch dan
de A’dammers. Wanneer
deze nu naast elkaar
op een marktterrein
moeten staan, zal dit
tot wanorde aanleiding
geven. Zie kwestie Buter,
Bergen en Baambergen.
De A’dammers zullen dan
ook verlangen, dat zij
hun visch weer rechtstreeks
van grossiers mogen betrekken.
Er zijn nu ± 80 buiten-
venters; voor den oorlog
was dit aantal veel geringer. Het document betreft een beleidsmatige of politionele overweging met betrekking tot de visdetailhandel. De kern van de tekst is een waarschuwing voor de gevolgen van een nieuw voorstel van de C.C.D. (Centrale Controledienst).
De belangrijkste punten uit de tekst zijn:
1. Beperking van invoer: Straatkooplieden zouden volgens het besluit geen vis meer de steden in mogen brengen.
2. Ongelijkheid in toewijzing: Er is een scheve verhouding tussen de hoeveelheid vis die "buitenventers" (handelaren van buiten de stad) krijgen vergeleken met de Amsterdamse handelaren. De eersten krijgen aanzienlijk meer.
3. Conflictpotentieel: De gemeente vreest "wanorde" wanneer beide groepen op hetzelfde marktterrein moeten opereren onder deze ongelijke omstandigheden. Er wordt verwezen naar eerdere incidenten ("kwestie Buter").
4. Vraag naar deregulering: Amsterdamse handelaren zullen bij uitvoering van dit plan eisen dat zij weer rechtstreeks bij groothandelaren ("grossiers") mogen inkopen, in plaats van via de gereguleerde distributiekanalen.
5. Toename van concurrentie: Er wordt opgemerkt dat het aantal buitenventers sinds de oorlog fors is toegenomen (van een gering aantal naar ongeveer 80). Dit document stamt uit de periode van de wederopbouw in Nederland (ca. 1945-1950). In deze tijd was de distributie van schaarse goederen, waaronder voedsel zoals vis, nog strak gereguleerd door de overheid via de Centrale Controledienst (C.C.D.). De C.C.D. werd in 1941 opgericht en bleef tot 1954 actief om prijsbeheersing en eerlijke distributie te handhaven en zwarte handel tegen te gaan.
De spanningen die in de tekst worden beschreven, zijn typerend voor de overgangsfase van een streng geleide economie naar een vrije markt. Amsterdamse handelaren, die vaak gebonden waren aan lokale regels en vaste standplaatsen, voelden zich benadeeld door ambulante handelaren (buitenventers) die door de noodsituatie na de oorlog in aantal waren gegroeid en blijkbaar gunstigere quota genoten. De namen Buter, Bergen en Baambergen verwijzen waarschijnlijk naar specifieke betrokkenen of plaatsen waar deze economische spanningen al eerder tot escalatie hadden geleid.