Dienstbrief (ambtelijke correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (ambtelijke correspondentie) Ongedateerd (verwijst naar een brief van "3 April j.l.", begin 20e eeuw) Rijksaccountantsdienst,
2e Bureau,
Prinsenvinkenpark 6,
's-Gravenhage.
In antwoord op Uw schrijven
van 3 April j.l. deel ik U mede,
dat de afslag te Amsterdam een
secundaire veiling is waarop dus
~~geen~~ uitsluitend visch wordt verhandeld die
~~niet~~ reeds eerder op een afslag
werd verkocht.
Van de opbrengsten per
hoofd T zijn bij mijn administratie
geen cijfers bekend.
De Directeur,
[Onleesbare handtekening]
T der verkochte visch.
46 A/59/2 De brief dient als antwoord op een eerdere informatieaanvraag betreffende de visafslag in Amsterdam. De tekst bevat enkele cruciale correcties: de woorden "geen" en "niet" zijn doorgehaald en vervangen door "uitsluitend", waardoor de definitie van een "secundaire veiling" wordt aangescherpt. Een secundaire veiling is hier een markt waar uitsluitend vis wordt verhandeld die reeds een eerste veilingronde (bijvoorbeeld in een havenstad) heeft doorlopen.
Verder wordt aangegeven dat er bij dit bureau geen gedetailleerde cijfers beschikbaar zijn over de opbrengst per eenheid ("per hoofd") van de verkochte vis. De letter "T" in de hoofdtekst fungeert als voetnootverwijzing naar de verklaring onderaan de brief: "der verkochte visch". De Rijksaccountantsdienst werd in 1914 opgericht om de financiële huishouding van de Nederlandse staat te controleren. Deze brief past in het kader van toezicht op economische sectoren zoals de visserij. De vestiging aan het Prinsenvinkenpark 6 in Den Haag was het adres van het 2e Bureau van deze dienst in de vroege 20e eeuw. Amsterdam speelde in die periode een grote rol als distributiecentrum; vis die in kustplaatsen als IJmuiden of Scheveningen voor het eerst werd afgeslagen, vond vaak zijn weg naar de secundaire markt in de hoofdstad voor verdere verspreiding. De brief illustreert de bureaucratische afstemming over definities en beschikbare data in deze handelsketen.
Samenvatting
De brief dient als antwoord op een eerdere informatieaanvraag betreffende de visafslag in Amsterdam. De tekst bevat enkele cruciale correcties: de woorden "geen" en "niet" zijn doorgehaald en vervangen door "uitsluitend", waardoor de definitie van een "secundaire veiling" wordt aangescherpt. Een secundaire veiling is hier een markt waar uitsluitend vis wordt verhandeld die reeds een eerste veilingronde (bijvoorbeeld in een havenstad) heeft doorlopen.
Verder wordt aangegeven dat er bij dit bureau geen gedetailleerde cijfers beschikbaar zijn over de opbrengst per eenheid ("per hoofd") van de verkochte vis. De letter "T" in de hoofdtekst fungeert als voetnootverwijzing naar de verklaring onderaan de brief: "der verkochte visch".
Historische Context
De Rijksaccountantsdienst werd in 1914 opgericht om de financiële huishouding van de Nederlandse staat te controleren. Deze brief past in het kader van toezicht op economische sectoren zoals de visserij. De vestiging aan het Prinsenvinkenpark 6 in Den Haag was het adres van het 2e Bureau van deze dienst in de vroege 20e eeuw. Amsterdam speelde in die periode een grote rol als distributiecentrum; vis die in kustplaatsen als IJmuiden of Scheveningen voor het eerst werd afgeslagen, vond vaak zijn weg naar de secundaire markt in de hoofdstad voor verdere verspreiding. De brief illustreert de bureaucratische afstemming over definities en beschikbare data in deze handelsketen.