Handgeschreven administratieve notitie of berekeningsstaat.
Origineel
Handgeschreven administratieve notitie of berekeningsstaat. (3)
ontvangen in
Scheveningsche visch :
1760 pond en
Keus 2000 pond
= tezamen 1880 kg.
= f. 18,80
Van f. 3106,40
moet dit bedrag worden
afgetrokken, zoodat
Lammers krijgt : 3087,60,
nog ongeacht hetgeen hierboven
t.a.v. de vergoeding v f. 100.-
is vermeld.
Vanaf 1 Mei 1944
wordt in Scheveningen nog
i.p.v. 3 cent, 4 cent
geheven. We blijven hier
dus doorgaan met van den De notitie bevat een financiële berekening betreffende de levering van vis.
* Gewichtsberekening: Er wordt een totaal van 3760 pond aan vis vermeld (1760 + 2000 pond 'Keus'). Aangezien in die tijd een Nederlands pond gelijkstond aan 500 gram, klopt de optelsom naar 1880 kg exact.
* Inhouding: Er wordt een bedrag van f 18,80 ingehouden. Dit komt overeen met een heffing van precies 1 cent per kilogram (1880 x 0,01 = 18,80).
* Eindbedrag: Dit bedrag wordt afgetrokken van een grotere som (f 3106,40), waardoor er voor de heer Lammers een bedrag van f 3087,60 resteert. Daarnaast wordt er herinnerd aan een eerdere vermelding van een vergoeding van f 100,-.
* Tariefwijziging: De tekst meldt een verhoging van een heffing in Scheveningen per 1 mei 1944, van 3 naar 4 cent (per eenheid, vermoedelijk per kg of per gulden omzet). Het document is geschreven in mei 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserij in Scheveningen stond in deze periode onder streng toezicht van de bezetter. Veel vissersvaartuigen waren gevorderd en de visserij mocht alleen onder strikte voorwaarden en in beperkte gebieden plaatsvinden vanwege de Atlantikwall en de dreiging van zeemijnen.
Financieel gezien was er sprake van een strak gecontroleerde markt waarbij prijzen en heffingen door de overheid (onder toezicht van de bezetter) werden vastgesteld. De stijging van de heffing van 3 naar 4 cent is tekenend voor de economische druk en de inflatie aan het einde van de oorlogsjaren. Lammers was vermoedelijk een visser of een kleine reder die zijn vangst via de officiële kanalen (de visafslag) moest afwikkelen.
Samenvatting
De notitie bevat een financiële berekening betreffende de levering van vis.
* Gewichtsberekening: Er wordt een totaal van 3760 pond aan vis vermeld (1760 + 2000 pond 'Keus'). Aangezien in die tijd een Nederlands pond gelijkstond aan 500 gram, klopt de optelsom naar 1880 kg exact.
* Inhouding: Er wordt een bedrag van f 18,80 ingehouden. Dit komt overeen met een heffing van precies 1 cent per kilogram (1880 x 0,01 = 18,80).
* Eindbedrag: Dit bedrag wordt afgetrokken van een grotere som (f 3106,40), waardoor er voor de heer Lammers een bedrag van f 3087,60 resteert. Daarnaast wordt er herinnerd aan een eerdere vermelding van een vergoeding van f 100,-.
* Tariefwijziging: De tekst meldt een verhoging van een heffing in Scheveningen per 1 mei 1944, van 3 naar 4 cent (per eenheid, vermoedelijk per kg of per gulden omzet).
Historische Context
Het document is geschreven in mei 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De visserij in Scheveningen stond in deze periode onder streng toezicht van de bezetter. Veel vissersvaartuigen waren gevorderd en de visserij mocht alleen onder strikte voorwaarden en in beperkte gebieden plaatsvinden vanwege de Atlantikwall en de dreiging van zeemijnen.
Financieel gezien was er sprake van een strak gecontroleerde markt waarbij prijzen en heffingen door de overheid (onder toezicht van de bezetter) werden vastgesteld. De stijging van de heffing van 3 naar 4 cent is tekenend voor de economische druk en de inflatie aan het einde van de oorlogsjaren. Lammers was vermoedelijk een visser of een kleine reder die zijn vangst via de officiële kanalen (de visafslag) moest afwikkelen.