Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie of memorandum. 31 augustus 1942 (met latere toevoeging gedateerd op 3 september 1942). Hoofdtekst:
Landbouw – Visscherij.
dd. 31 Augs. 1942 nr. 11003
voorgeschreven. Op grond
v. art. 4 v. bovengenoemde
beschikking is het percentage
(door de N.V.C. dd. 3/9 1942
genoemd in art. 2 voor
den afslag te Deventer
gesteld op 2 %.
Dit percentage moet
niet als een minimum
worden gezien, aangezien
de Vischmarkt, in weer-
wil van de, in verhouding
tot de vooroorlogsche, veel
grootere aanvoeren, jaar-
lijks nog een aanzienlijk
exploitatieverlies lijdt. Indien
de winstmarges op zoutwater-
visch een heffing als boven-
bedoeld niet toelaten, dan
is het m.i. zaak van de
Sectie Binnenv. handel –
zoetwatervisch om te
Marginale notitie (links):
Trachten, deze winstmarges
te doen wijzigen.
Aantekening linksboven:
21/9 [met een rood/bruin teken] * Inhoud: De nota bespreekt een heffing van 2% op de visafslag in Deventer. De schrijver benadrukt dat dit percentage niet als een ondergrens (minimum) beschouwd mag worden. De reden hiervoor is dat de vismarkt verliesgevend is, ondanks dat er in vergelijking met de periode vóór de oorlog veel meer vis wordt aangevoerd. Er wordt een direct verband gelegd tussen de winstmarges op zoutwatervis en de mogelijkheid om deze heffing te dragen.
* Kernbegrippen:
* N.V.C.: Waarschijnlijk de "Nederlandsche Voedselvoorziening in Oorlogstijd" of een aanverwant bureaucratisch orgaan.
* M.i.: Mijns inziens (in de mening van de schrijver).
* Exploitatieverlies: De markt draait ondanks hoge omzet/aanvoer niet quitte.
* Stijl: Formeel, ambtelijk jargon ("bovengenoemde beschikking", "in weerwil van"). De marginale notitie fungeert als een actiepunt of een 'behandeling' van het document door een hogere ambtenaar. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog (1942). Tijdens de bezetting was de Nederlandse voedselvoorziening onderworpen aan strikte regelgeving en prijsbeheersing. De visserijsector was complex: terwijl de zeevisserij beperkt werd door oorlogsactiviteiten en mijnenvelden, was er een grote druk om voedsel te leveren aan de bevolking.
Het feit dat de vismarkt in Deventer verlies draaide bij "veel grootere aanvoeren" suggereert dat de door de overheid vastgestelde prijzen of marges niet in de pas liepen met de gestegen kosten voor exploitatie en distributie. De genoemde "Sectie Binnenv. handel" (Binnenvisserij of Binnenvaart) was belast met de regulering van de handel in zoetwatervis, maar moest hier blijkbaar bemiddelen of interveniëren met betrekking tot de marges op zoutwatervis om de lokale markten financieel gezond te houden. Dit type documentatie geeft een zeldzaam inkijkje in de micro-economische problemen van de voedseldistributie tijdens de bezettingsjaren.