Handgeschreven brief (waarschijnlijk een concept of een kopie voor het eigen dossier).
Origineel
Handgeschreven brief (waarschijnlijk een concept of een kopie voor het eigen dossier). 3 maart 1939. Onbekend (geen handtekening aanwezig op dit blad). No 30/8/3 M. 1939 3/3 [stempel]
A’dam
3 maart 1939
Aan den Heer Directeur
Marktwezen
te A’dam
e/v 30 | 2 | 2 ab.
6/3 '39 Opb
In aansluiting uw brief d.d. 24 Febr. 1939 van volgenden inhoud
„Naar aanleiding van uw brief d.d. 20 Jan j. l. bericht ik U, dat de door U genoemde Koopman beweert, dat hij Uw gramaphoon wel goed heeft gerepareerd.”
Wat daarvan waar is, had u door de eerste de beste ambtenaar kunnen laten konstateren. Deze man heeft geen deskundige nodig om te kunnen zien dat dit machientje „heen nog weer” kan.
„Uiteraard moet mijn dienst zich van inmenging in civiele kwesties met marktkooplieden onthouden.”
„maar dit had ik u toch niet gevraagd”.
Ik heb u alleen er op gewezen wat mij overkwam, kan ook een ander overkomen. Deze man „maakt werk” of neemt werk aan wat hij niet kan. -
30 [rechtsonder] In dit document beklaagt een burger zich bij de Directeur Marktwezen over een mislukte reparatie van een grammofoon door een marktkoopman. De schrijver is duidelijk ontstemd over de eerdere reactie van de dienst (geciteerd in de brief).
De essentie van het conflict is dat de Dienst Marktwezen zich verschuilt achter een bureaucratisch standpunt: de koopman zegt dat het werk goed is, en de dienst mengt zich niet in "civiele kwesties". De schrijver pareert dit door te stellen dat het gebrek zo overduidelijk is ("heen nog weer", oftewel het apparaat doet helemaal niets meer) dat er geen deskundige aan te pas hoeft te komen om te zien dat de koopman liegt. De schrijver benadrukt dat het hem niet gaat om een juridische interventie, maar om een waarschuwing tegen de incompetentie of oneerlijkheid van een koopman die onder toezicht van de marktmeester werkt. De brief dateert van maart 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was het Marktwezen in Amsterdam een strak gereguleerde aangelegenheid. De directeur van deze dienst hield toezicht op de orde en de vergunningen op de markten.
Het document geeft een mooi inkijkje in de interactie tussen de mondige burger en de gemeentelijke bureaucratie in het vooroorlogse Amsterdam. Het gebruik van de term "gramaphoon" (met een 'a') en de spelling "konstateren" zijn typerend voor de tijd. De brief illustreert de frustratie van een consument die zich niet gehoord voelt door een overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor het markttoezicht, maar die tegelijkertijd probeert aansprakelijkheid in private geschillen af te wijzen. Marktwezen