Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 1 april 1939 (verzonden 3 april 1939). Vermoedelijk een diensthoofd (Marktwezen), gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Rechtsboven, handgeschreven:]
W. Sixma
W. Müller
[Middenboven, handgeschreven:]
Verzonden 3/4
[Rechtsboven, getypt:]
VP/G.
[Linksboven, getypt:]
30/9/4 M.
n 3
Herstelling bestrating
Waterlooplein.
[Rechts, getypt:]
1 April 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 18 Maart jl. om advies ontvangen stukken no. 137 L.M. 1939 heb ik de eer U te berichten, dat by den dienst van het Marktwezen niet, zooals by een bedryf, inkomsten en uitgaven zoo volledig mogelyk tegenover elkander kunnen worden gesteld. De inkomsten van het Marktwezen komen voor in Hoofdstuk VI der Gemeentebegrooting (Openbare Werken) namelyk de nos. 87 ("marktgelden, wik-, weeg- en meetloonen") en 88 ("overige ontvangsten van den dienst van het Marktwezen"). In dat zelfde hoofdstuk zyn als uitgaafpost (no. 832 "onderhoud van straten en pleinen") de kosten voor bestratingswerkzaamheden opgenomen, evenals (onder no. 834 "kosten van markten, beurzen en hallen") de uitgaven van myn dienst, die tot nu toe alleen omvatten: jaarwedden, kosten van onderhoud van gebouwen, enz.
Zou het voorstel van myn Ambtgenoot voor de Publieke Werken worden aanvaard, dat de kosten van bestrating van marktterreinen geheel of gedeeltelyk door myn dienst worden gedragen, dan beteekent dit in feite niet anders, dan een overboeking van sommige posten van no. 832 naar no. 834 der Begrooting. Bovendien zou aanvaarding van dit voorstel ongetwyfeld tot soortgelyke consequenties leiden ten aanzien van andere diensten (waarschynlyk byvoorbeeld den Havendienst, die kadegelden heft). Een en ander zou natuurlyk door Uw Ambtgenoot voor de Financiën nader moeten worden beoordeeld. Dit document is een ambtelijk advies over een begrotingskwestie binnen de gemeente Amsterdam in 1939. De kern van het geschil is de vraag welke dienst verantwoordelijk is voor de kosten van het herstellen van de bestrating op het Waterlooplein (een belangrijke marktlocatie).
De schrijver voert aan dat het Marktwezen geen commercieel bedrijf is waar inkomsten en uitgaven direct tegenover elkaar staan. Hij legt uit dat zowel de inkomsten uit de markt als de kosten voor straatonderhoud momenteel onder hetzelfde hoofdstuk (Openbare Werken) in de Gemeentebegrooting vallen, maar onder verschillende posten.
De argumentatie tegen het voorstel van de dienst Publieke Werken is tweeledig:
1. Administratief: Het zou slechts een interne verschuiving van budgetposten zijn zonder werkelijk financieel verschil voor de gemeente.
2. Precedentwerking: Als het Marktwezen moet betalen voor de bestrating van 'zijn' terreinen, zouden andere diensten zoals de Havendienst ook belast kunnen worden voor het onderhoud van hun specifieke infrastructuur (zoals kades).
De schrijver schuift de uiteindelijke beslissing door naar de Wethouder van Financiën, wat duidt op een typische bureaucratische patstelling tussen twee diensten. De brief dateert van april 1939, een periode waarin de dreiging van de Tweede Wereldoorlog toenam, maar het dagelijks bestuur van Amsterdam zich nog bezighield met reguliere stedelijke zaken. Het Waterlooplein was in die tijd het hart van de Joodse buurt en de locatie van een zeer drukke dagmarkt. Het onderhoud van de bestrating was cruciaal voor de toegankelijkheid van de marktkooplieden en hun karren.
De gebruikte spelling is de spelling-Marchant, die destijds de norm was in het Nederlandse onderwijs en bij de overheid. Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' in getypte woorden als "by", "zyn" en "bedryf", wat destijds gebruikelijk was op veel schrijfmachines om letters te besparen of vanwege technische beperkingen van de letterhamertjes. De genoemde namen "Sixma" en "Müller" verwijzen waarschijnlijk naar hoge ambtenaren of secretarissen binnen het Amsterdamse stadhuis die het stuk hebben geparafeerd voor verdere afhandeling.