Archiefdocument
Origineel
5 mei 1920 [Linksboven in stempel:] № 1139 M. 1920.
[Rechtsboven:] Sp. 5 Mei 1920.
Heer Pothuis Smit
Naar aanleiding uwer vraag
[doorgehaald: heb ik de eer U te berichten, dat]
1e dat de inkoop van visch, [doorgehaald: ook thans] op dezelfde wijze als in het verslag 1918 is beschreven, plaats vindt.
Nog steeds zijn drie om de v. [voor de] Gemeente eigen inkoop werkzaam.
2) De [doorgehaald: de vij] mijn bij winkels waarneming die van de visch voorziening vergeleken zijn moeilijk willekeurig gekozen [doorgehaald: winkels], met dien verstande echter, dat mij [doorgehaald: die] winkels hebben gekozen, die elken dag visch aanbiedt, en niet dag zou moeten als zooveel andere [doorgehaald: particuliere] volksbuurten, welke slechts nu en dag de door mij genoemde vischsoorten in voorraad hebben.
Hiervoor is een lijst [?] van de winkels, ter vergelijking gedient:
[doorgehaald: De prijzen berusten hier op:]
- Drukker - Middelstandswinkel
- Ruijterstraat - Volkswinkel
- Limmen - " "
- Waardijk - " "
- Cijs - " "
Hieruit moge U blijken, dat de genoemde prijzen de gemiddelde prijzen in alle particuliere vischwinkels vormen.
3) M.i. [Mijns inziens] hebben zich de particuliere winkels door het succes van de gemeente vischwinkels, met hun prijzen moeten richten naar die in onze winkels gevraagd.
Geen der belanghebbenden particuliere vischwinkeliers is in onze districts als winkeliers bij de vischvoorziening opgetreden.
- M.i. zal het hebben van een eigen trawler vloot van invloed zijn op het lager zijn der prijzen in onze winkels zoals bij de exploitatie de door mij beschreven werkwijze wordt gevolgd.
Onze opleggen van trawlers verstaat men hier tijdelijk niet laat uitvoer dezer vischvaartuigen.
[Links onderaan in blauw:] Pothuis
[Rechts onderaan:] Delv.
Ch.S.P.
--- Dit document is een ambtelijke of bestuurlijke rapportage uit Amsterdam (gezien de namen en de politieke context van Pothuis-Smit) over de gemeentelijke bemoeienis met de vismarkt kort na de Eerste Wereldoorlog.
De kern van het schrijven is de verdediging van de Gemeentelijke Vischwinkels. In deze periode van schaarste en hoge inflatie probeerde de gemeente de voedselprijzen voor de arbeidersklasse te drukken door zelf winkels te exploiteren ("Volkswinkels"). De schrijver betoogt dat:
1. De inkoopmethode nog steeds effectief is (zoals vastgelegd in 1918).
2. De prijzen in de gemeentewinkels als referentiepunt dienen; particuliere winkeliers in volksbuurten worden gedwongen hun prijzen aan te passen aan de lagere gemeentelijke tarieven.
3. Er een noodzaak is voor een eigen trawler vloot. Door de hele keten (van vangst tot verkoop) in eigen hand te hebben, kan de gemeente de vis nog goedkoper aanbieden.
De tekst bevat veel correcties en doorhalingen, wat wijst op een concept of een intern memorandum dat snel is opgesteld.
--- De brief is gericht aan "Heer Pothuis Smit". Dit verwijst zeer waarschijnlijk naar Samuel (Sam) Pothuis (1873-1944), een vooraanstaand SDAP-politicus in Amsterdam en echtgenoot van Carry Pothuis-Smit. Pothuis was nauw betrokken bij het sociaaleconomische beleid van de stad tijdens de "Wibaut-periode".
In deze tijd heerste er in Amsterdam een vorm van gemeentesocialisme. Men geloofde dat de overheid basisbehoeften zoals brood, vis en brandstof direct aan de burger moest leveren om woekerprijzen van de vrije markt tegen te gaan. De discussie over een eigen gemeentelijke visvloot (trawlers) was een heet hangijzer: het zou de stad onafhankelijk maken van de grote rederijen uit IJmuiden, maar vergde ook grote investeringen. De datum (mei 1920) plaatst dit document in de nasleep van de grote voedselonlusten en schaarste van de oorlogsjaren, waarbij de overheid nog steeds een grote rol speelde in de distributie.