Archiefdocument
Origineel
17 mei 1920 No. 1166 M.
Sust. 17 mei 1920
WelEd. Heer.
Door den marktmeester wordt mij bericht dat de totale opbrengst van de veilingen en hetgeen uit den hand is verkocht gedurende April 1920 door de Centrale v. d. Handelsinstellingen heeft bedragen f 232.843,95. —
[Onderstaande paragraaf is in het origineel met grote kruizen doorgehaald:]
Hierbij wensch ik op te merken dat die verkoop uit de hand geschiedde tegen de veilingprijzen en per kaveling, zoodat dit feitelijk als veiling is te beschouwen, te meer daar verkoop op andere wijze dan per veiling in strijd is met art. 1 van het contract. —
Ik geef u daarom in overweging over het bovengenoemde bedrag 1% als huur te berekenen, waarbij ik uwe aandacht er op wensch te vestigen dat slechts tot een maximum van f 3000,- per jaar aan huur mag worden geheven.
v.w.M.
[Handtekening, mogelijk O.M.C.] * Inhoud: De auteur rapporteert de financiële resultaten van de lokale veiling over de maand april 1920. Er wordt een totaalbedrag van f 232.843,95 genoemd, afkomstig van zowel reguliere veilingen als onderhandse verkopen ("uit de hand").
* Advies en regelgeving: De schrijver adviseert een huurheffing van 1% op de totale opbrengst, maar herinnert de geadresseerde aan een contractueel of wettelijk maximum van 3.000 gulden per jaar.
* Doorhaling: De tweede paragraaf is volledig doorgehaald. Hierin werd beargumenteerd waarom onderhandse verkoop voor de berekening gelijkgesteld moest worden aan veilingverkoop (omdat de prijzen en procedures hetzelfde waren en om contractbreuk te voorkomen). De doorhaling suggereert dat deze specifieke argumentatie in de definitieve afhandeling werd ingetrokken of als overbodig werd beschouwd.
* Administratieve context: De brief is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie over marktbeheer en de financiële afwikkeling tussen een gemeente (of marktwezen) en een handelskoepel. * Historische periode: 1920 valt in de periode vlak na de Eerste Wereldoorlog. In deze tijd was de handel in primaire levensmiddelen (zoals groenten en fruit) vaak gecentraliseerd om de distributie en prijzen te beheersen.
* Handelsinstellingen: De genoemde "Centrale v. d. Handelsinstellingen" (mogelijk de Centrale van de Tuinbouw- en Fruithandels-Instellingen) speelde een cruciale rol in de georganiseerde afzet van landbouwproducten in Nederland.
* Marktmeester: De rol van de marktmeester was essentieel voor het toezicht op eerlijke handel en de correcte registratie van omzetten, die de basis vormden voor gemeentelijke inkomsten (zoals de hier besproken huur of staangeld).
* Geldwaarde: De genoemde opbrengst van ruim 232.000 gulden in één maand is voor 1920 een zeer aanzienlijk bedrag, wat duidt op een grote, regionale veiling. De maximale huur van 3.000 gulden per jaar was eveneens een substantieel bedrag in die tijd.