Archief 745
Inventaris 745-54
Pagina 25
Dossier 2A
Jaar 1920
Stadsarchief

Ambtelijk verslag/rapportage (concept of klad met correcties).

Origineel

Ambtelijk verslag/rapportage (concept of klad met correcties). [Pagina 2]

Een rekening [?]
van den opslag behoefte te onthouden bij aankoop.
Dat getracht zou worden de aardappelen tegen een zoo gering mogelijken prijs aan te koopen spreekt van zelf. De prijs was echter niet de hoofdzaak waar het om ging: wel echter kwaliteit en soort der aardappelen.
Deze vorm van aardappelvoorziening had niet ten doel prijsregelend op te treden. Had dit doel op de voorgrond gestaan dan hadden van den aanvang af andere regelen moeten zijn getroffen voor zoover deze aardappelen onder de regeling van de garantieprijzen zouden zijn mogelijk gebleken. ~~dan althans hadden we de~~
De levering van de soort Bravo's aan leden van vakvereenigingen, buurtvereenigingen, coöperaties, diaconieën enz. enz. had dus geen prijsregeling ten doel.
[Marginale notitie links:] Dit kan niet zoo stellig
Dit kan overigens gezegd worden van de levering van Eigenheimers, welke wij door bemiddeling van den Regeeringscommissaris in Zuid-Holland ontvingen, en welke tot op bestelling bij de leden van de Federatie [Marginale notitie links:] F Zie pag. lijst van Vereenigingen van Aardappelen-, Groenten- en Fruithandelaren (later ook bij de winkelhouders van de Gemeentelijke Vischvoorziening) bij 1/2 à 1 H.L. tegelijk aan het publiek werden afgeleverd en voor direct verbruik, bij korte opslag, bestemd waren. P
Evenwel kan van deze laatste maatregel wel eenige prijsregelende invloed zijn uitgegaan daar het hier een meer gewone soort aardappel [betreft dan die op de]

[Pagina 3 / No 1174 M. 1920]

vrije markt alhier.
Waar U bekend is heeft Amsterdam ten slotte slechts zeer weinig aardappelen betrokken van de bovenstaande hoeveelheid die door de Regeeringscommissarissen voor haar gereserveerd waren zulks in verband met de moeilijkheden die marktwezen ondervond om de aardappelen die de gemeente van de bestelde reserve ontving en die welke via uit de kuilen van het terrein bij de petroleumhaven ~~betrokken~~ afkomstig waren, te plaatsen. Over deze moeilijkheden deed ik U reeds eerder een uiteenzetting toekomen (zie mijn rapport d.d. 30 April No 1110 M. 1920).
De vraag of de Gemeente door het in het publiek doen verkoopen van de laatstbedoelde aardappelen t.w.
Red star uit Zuid-Holland
Industrie " Zeeland
Bravo " de kuilen op het [Marginale notitie midden:] geslaagd in m'n ogen [?]
terrein nabij de Petroleumhaven, prijsregelenden invloed heeft uitgeoefend is niet zoo gemakkelijk te beantwoorden.
Vast staat dat sedert het begin van den verkoop de prijzen op de vrije markt gedaald zijn, doch ook de Gemeente heeft zich gedwongen gezien hare prijzen te verschillende malen te verlagen.
In plaats van een verband te onderstellen tusschen de prijsverlaging van de Gemeente en de prijsdaling op de vrije markt, zoodanig dat de laatste door de eerste veroorzaakt is, ligt meer voor de hand de onderstelling dat er een algemeene oorzaak is die de prijsdaling [veroorzaakt]. De tekst biedt een inkijkje in de gemeentelijke bemoeienis met de voedselvoorziening kort na de Eerste Wereldoorlog. De kernvraag van het document is of de verkoop van aardappelen door de gemeente de marktprijzen heeft beïnvloed (prijsregulering).

De auteur stelt aanvankelijk dat de inkoop niet gericht was op prijsregulering, maar op kwaliteit en bevoorrading van specifieke groepen (vakbonden, coöperaties). Een criticus (mogelijk een superieur) heeft hierbij in de kantlijn genoteerd: "Dit kan niet zoo stellig", wat wijst op een intern debat over de effectiviteit en de bedoeling van het beleid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de exclusievere 'Bravo's' en de 'Eigenheimers', waarbij die laatste wel een breder publiek bereikten en dus meer invloed op de markt konden hebben. De tekst eindigt met een voorzichtige conclusie: hoewel de prijzen daalden, was dit waarschijnlijk eerder het gevolg van algemene marktontwikkelingen dan van de gemeentelijke interventie. Tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kampte Nederland met schaarste en distributieproblemen. De overheid greep in met de Distributiewet. Ook in 1920 was de markt nog niet volledig genormaliseerd. Gemeenten als Amsterdam namen zelf het initiatief om grote voorraden aan te leggen (bijvoorbeeld in 'kuilen' bij de Petroleumhaven) om de bevolking van betaalbaar voedsel te voorzien en woekerprijzen te voorkomen. De "Regeeringscommissaris voor de aardappelen" speelde hierbij een centrale rol in de landelijke coördinatie. Dit document getuigt van de bureaucratische verantwoording die afgelegd moest worden over deze vroege vorm van overheidsingrijpen in de economie.

Samenvatting

De tekst biedt een inkijkje in de gemeentelijke bemoeienis met de voedselvoorziening kort na de Eerste Wereldoorlog. De kernvraag van het document is of de verkoop van aardappelen door de gemeente de marktprijzen heeft beïnvloed (prijsregulering).

De auteur stelt aanvankelijk dat de inkoop niet gericht was op prijsregulering, maar op kwaliteit en bevoorrading van specifieke groepen (vakbonden, coöperaties). Een criticus (mogelijk een superieur) heeft hierbij in de kantlijn genoteerd: "Dit kan niet zoo stellig", wat wijst op een intern debat over de effectiviteit en de bedoeling van het beleid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de exclusievere 'Bravo's' en de 'Eigenheimers', waarbij die laatste wel een breder publiek bereikten en dus meer invloed op de markt konden hebben. De tekst eindigt met een voorzichtige conclusie: hoewel de prijzen daalden, was dit waarschijnlijk eerder het gevolg van algemene marktontwikkelingen dan van de gemeentelijke interventie.

Historische Context

Tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) kampte Nederland met schaarste en distributieproblemen. De overheid greep in met de Distributiewet. Ook in 1920 was de markt nog niet volledig genormaliseerd. Gemeenten als Amsterdam namen zelf het initiatief om grote voorraden aan te leggen (bijvoorbeeld in 'kuilen' bij de Petroleumhaven) om de bevolking van betaalbaar voedsel te voorzien en woekerprijzen te voorkomen. De "Regeeringscommissaris voor de aardappelen" speelde hierbij een centrale rol in de landelijke coördinatie. Dit document getuigt van de bureaucratische verantwoording die afgelegd moest worden over deze vroege vorm van overheidsingrijpen in de economie.

Locaties

Waarschijnlijk Amsterdam (referentie naar "Petroleumhaven" en "vrije markt alhier").

Kooplieden in dit dossier 31

H.L. Bonte Waterlooplein 380
H.L. Bonte Waterlooplein 150
V.V.O. Diverse Waterlooplein 4,10-8,50
V.V.O. Diverse Waterlooplein -
V.V.O. Diverse Waterlooplein *433 „ 200 Malta*
V.V.O. Diverse Waterlooplein *H. O. K.*
A. Geboorte Waterlooplein *"*
R. Eigenheimers Waterlooplein 4,10
R. Eigenheimers Waterlooplein *Drente*
R. Eigenheimers Waterlooplein -
E.A. Borgerstr Waterlooplein 3,25. 6,45
A. Geboorte Waterlooplein *Friesland*
Geldersche Bravo's Waterlooplein -
A. Groenten Waterlooplein 1549
79 gulden). " 0,23
B. Schelvisch " 0,45
Polder poters Waterlooplein -
Rijper *Limburgsche industrie* Waterlooplein *Limburg*
K. Bloemen Waterlooplein 222
R. Eigenheimers Waterlooplein *N. Holl. eilanden*
Zeeuwsche blauwen Waterlooplein 10.- 10,75
A. Geboorte Waterlooplein *Zeeland*
Alle 31 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2