Concept-rapport of ambtelijke correspondentie met marginalia.
Origineel
Concept-rapport of ambtelijke correspondentie met marginalia. 1920 (Opmerking: Doorgehaalde tekst is weggelaten voor de leesbaarheid, tenzij essentieel voor de betekenis. Tekst in de kantlijn is tussen haakjes ingevoegd op de logische plek.)
[Pagina 1]
(Zekerder) Bovendien waren de landbouwers in het onzekere omtrent de kwaliteits-eischen welke de Regeringscommissaris zouden stellen bij de Regeringscommissarissen zou kunnen worden ingeleverd.
Vandaar ook bij de telers, die niet aan de Regeringscommissarissen inleverden opgave hadden gedaan (om) dat tegen den garantieprijs wilde te leveren, (van hun voorraad) met het oog op het abnormaal zachte weer, de neiging om zich van de voorraden te ontlasten voor zoover deze minder houdbaar waren, groot zijn geweest.
(Omstandigheden) De toestand waarin de groeiervrij riskant en waarin de Gemeente en waar de Gemeente met hare verkoopen begon en de groeiers wel niet onhandig zullen zijn geweest van de betrekkelijk groote voorraad van de gemeente op Nrd-Holland en Zeeland gereserveerd (terwijl) het gevaar voor de aardappelen, die hier in voorraad waren en die het eerst moesten worden geruimd, liep het van de hand door middel van prijsverlaging zoo spoedig mogelijk hun voorraden van de hand te zetten. De Gemeente heeft op dezelfde manier nu als handelaar ten opzichte van haar bravos.
(Terwijl anderereeds aangevoerde soorten) In aanzien van deze betrekkelijk gedwongen verkoop van provisie die niet tegen lagen prijs kon wel aangenomen worden dat deze door het optreden van de Gemeente in de hand is gewerkt. Hier echter de vraag te moet worden gesteld of hier mag worden gesproken van prijsregeling. Deze heeft toch ten doel hooge winsten te beperken, doch niet om verliezen te veroorzaken welke op de...
[Pagina 2]
... duur ervan zonder leiden dat de aanvoer door de particulieren (handelaars) zou kunnen worden hanteeren. De stelsel en werkelijk zooals het hier wordt gedwongen, nu eenmaal de zaken eenmaal zoo stonden, moest worden doorgevoerd, krijgt men het karakter van dumping. Alleen de Gemeente met in staat zijn geweest de gevolgen te dragen en, in de plaats van den vrijen handel tredende, de geheele voorziening der Gemeente met aardappelen in handen te nemen. Daartoe miste zij de middelen. De Gemeente kon met de verliezen op haar optreden hebben te dragen zonder thans om deze door latere winsten in te halen.
Ook mag m.i. daarom van prijsregeling in den eigenlijken zin van het woord niet gesproken worden, wel is er sprake van prijsdrukking mede als gevolg van de maatregelen door de Gemeente getroffen. Daardoor heeft de bevolking van Amsterdam de voordelen genoten.
(X Ter bewijze hiervan de volgende staat van winsten welke de kleinhandel op aardappelen maakt naar opgave der Gemeente (tijdens dat de actie) liep. Winst in procenten per kg.)
[Groot kruis over de onderste helft van de pagina]
De vraag kan gesteld of de prijszetting der aardappelen als gevolg op het eindigen van het afleveren der gemeente-aardappelen... Het document beschrijft een kritiek moment in de voedselvoorziening van 1920. De kernpunten zijn:
- Marktverstoring: Door het "abnormaal zachte weer" dreigden aardappelvoorraden te bederven. Telers wilden hun voorraad snel kwijt, wat leidde tot prijsdruk.
- Gemeentelijk ingrijpen: De gemeente (vermoedelijk Amsterdam) intervenieerde door zelf voorraden op te kopen en te verkopen. De schrijver merkt op dat dit geen "prijsregeling" (stabilisatie) was, maar effectief "dumping".
- Risico en Verlies: De overheid nam de rol van de vrije handel over maar had niet de middelen om de resulterende verliezen op te vangen. De private handel kon hier niet tegenop concurreren.
- Publiek belang: Ondanks de economische nadelen voor de handel, stelt de tekst dat de "bevolking van Amsterdam" profiteerde van de lage prijzen die door dit beleid ontstonden. Na de Eerste Wereldoorlog bleef de voedselvoorziening in Nederland een precair onderwerp. Hoewel Nederland neutraal was, zorgden schaarste en distributiewetten voor een grote rol van de overheid in de primaire levensbehoeften. In 1920 was de overgang van oorlogseconomie (met vaste distributieprijzen) naar de vrije markt in volle gang.
Dit document toont de spanning tussen de Distributiewet-mentaliteit (overheidscontrole om betaalbaarheid te garanderen) en de terugkeer naar de vrije markt. Het gebruik van de term "dumping" suggereert dat de ambtenaar die dit schreef kritisch was op de economische houdbaarheid van het gemeentelijk beleid, ook al waren de burgers (consumenten) er op korte termijn bij gebaat. De referentie naar Noord-Holland en Zeeland duidt op de belangrijkste leveringsgebieden voor de hoofdstad.