Getypte brief / ambtelijk rapport (doorslag).
Origineel
Getypte brief / ambtelijk rapport (doorslag). 2 februari 1939. Onbekend (vermoedelijk een diensthoofd van de gemeente Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [linksboven]
30/11/4 M
1
[rechtsboven]
VP/G.
[midden boven, handgeschreven]
extra
[datum rechts]
2 Februari 1939.
[onderwerp links]
Voorstel om aan W.Kroonenburg
het recht te ontnemen om op
de markten een plaats te
bezetten.
[geadresseerde rechts]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[tekst]
In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 1 dezer door den secretaris van myn dienst opgemaakt rapport. Hieruit blykt, dat W.Kroonenburg, Prins Hendrikstraat 4 Zaandam, die op markten hier ter stede (Amstelveeld, Jan Evertsenstraat en thans ook op het Waterlooplein) op ongezette tyden een losse plaats bezet, die plaats misbruikt om aldaar propaganda voor kwakzalvery te voeren, terwyl hy tevens uitdrukkelyk aan het publiek vertelt, dat hy niet beoogt om op de markt iets te verkoopen, doch dat hy zich als koopman moet voordoen, om zyn werk te kunnen verrichten. Daargelaten, dat het myns inziens ontoelaatbaar is om op de markten reclame voor kwakzalvery toe te staan, handelt Kroonenburg in stryd met artikel 30 lid 1 van het Reglement op de Markten, waar het voeren van alle propaganda is verboden. Bovendien voert hy zyn propaganda op zeer onbehoorlyke en voor de Godsdienstige gevoelens der bevolking krenkende wyze: in dit verband verwys ik naar de mededeelingen vervat in het bovenaangehaalde rapport betreffende het randschrift op ryksdaalders en betreffende de uitspraak "wy zyn kinderen van eenen Vader".
Ik ben van meening, dat het dezen man onmogelyk moet worden gemaakt om zyn onbehoorlyke practijken, die zeer gevaarlyk kunnen zyn voor de volksgezondheid, op de markten hier ter stede voort te zetten. In dit verband herinner ik aan het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d.21 Augus-
[einde documentfragment] * Inhoud: De brief is een formele klacht en een beleidsvoorstel om een marktkoopman uit Zaandam, W. Kroonenburg, te weren van de Amsterdamse markten (Amstelveld, Jan Evertsenstraat en Waterlooplein).
* Kernpunten van de beschuldiging:
1. Valse voorwendselen: Kroonenburg neemt een plaats in als "koopman", maar geeft zelf toe niets te willen verkopen. Hij gebruikt de plek enkel als platform.
2. Overtreding Marktreglement: Hij schendt het verbod op propaganda (artikel 30, lid 1).
3. Inhoudelijke bezwaren: Hij bedrijft "kwakzalverij", wat als een gevaar voor de volksgezondheid wordt gezien.
4. Religieuze aanstoot: Zijn retoriek wordt als beledigend ervaren voor gelovigen. De verwijzing naar het randschrift op rijksdaalders ("God zij met ons") en de uitspraak "wij zijn kinderen van één Vader" suggereert dat hij religieuze symboliek gebruikte voor zijn eigen leer of geneeswijzen, wat in 1939 als zeer provocerend gold.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in de officiële ambtelijke spelling van die tijd (bijv. "byzonderheden", "stryd", "gevaarlyk"). De toon is formeel en sturend richting de wethouder. Dit document stamt uit februari 1939, een periode waarin de Amsterdamse marktmeesters en de gemeentelijke gezondheidsdiensten streng optraden tegen niet-wetenschappelijke geneeskunst. De markten waren strikt gereguleerd voor de distributie van goederen en levensmiddelen; ideologische of medische propaganda werd geweerd om de openbare orde en volksgezondheid te beschermen. De vermelding van Zaandam als woonplaats van de betrokkene duidt op de regionale aantrekkingskracht van de Amsterdamse markten voor ambulante handelaren (en in dit geval, predikers/kwakzalvers). De referentie naar religieuze gevoelens weerspiegelt de verzuilde en godsvruchtige samenleving van het vooroorlogse Nederland.