Archiefdocument
Origineel
14 Juni 1920. Dienst der Publieke Werken Amsterdam. Den Heer Directeur van het Marktwezen. Nº 1333 M. 1920. 15/6
Rekening No. 44 A bij GIROKANTOOR, Amsterdam.
DIENST DER PUBLIEKE WERKEN AMSTERDAM.
AMSTERDAM, 14 Juni 1920.
No. 5538 / Doss. 3232 Dir.
ONDERWERP:
Verplaatsing van een gebouwtje op het J.D. Meyerplein.
Verv. op No. 5182 d.d. 8 Juni 1920.
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen.
In vervolg op myn nevenaangehaald schryven en naar aanleiding van ons telefoongesprek van heden heb ik de eer, U te verzoeken, met de wyze, waar op de betreffende zaak is geloopen, alsnog genoegen te nemen.
De spoed, waarmede op aandringen van den Gem. Gen. Dienst de oprichting van het gebouwtje voor de tandheelkundige kliniek tot stand moest komen, was aanleiding, dat alles in een mondeling onderhoud by den Wethouder P.W. is afgehandeld en de normale gang van zaken, waarby het advies van de betrokken diensthoofden wordt ingeroepen, achterwege is gebleven. Ook tusschen de afdeelingen van den eigen Dienst is daardoor onwillekeurig minder juist gehandeld.
Ik behoef U niet te zeggen, dat ik dit zelf In dit schrijven verzoekt de Dienst der Publieke Werken (PW) de Directeur van het Marktwezen om achteraf akkoord te gaan met een procedurele gang van zaken die niet volgens de regels is verlopen. Het betreft de plaatsing van een gebouwtje voor een tandheelkundige kliniek op het J.D. Meijerplein.
Vanwege de grote spoed — ingegeven door de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst (Gem. Gen. Dienst) — is de besluitvorming direct en mondeling via de Wethouder van Publieke Werken gelopen. Hierbij zijn de gebruikelijke adviesrondes langs de diverse diensthoofden overgeslagen. De brief dient als een ambtelijke verontschuldiging en een poging om de hiërarchische en administratieve verhoudingen te herstellen door alsnog om instemming te vragen ("genoegen te nemen"). Het document dateert uit 1920, een periode waarin de gemeente Amsterdam onder de bezielende leiding van Wethouder de Miranda (Publieke Werken) grote stappen zette in de stadsuitbreiding en de verbetering van de volksgezondheid. Het J.D. Meijerplein, gelegen in de oude Joodse buurt, was een centrale plek waar dergelijke voorzieningen (zoals een tandheelkundige kliniek) hard nodig waren.
De brief illustreert een klassiek bureaucratisch conflict: de spanning tussen de noodzaak voor snelle, pragmatische actie in het belang van de volksgezondheid versus de strikte ambtelijke procedures en de 'eigenheid' van verschillende gemeentelijke diensten (in dit geval Publieke Werken en het Marktwezen).