Ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief. 8 juni 1930 (genoemd als datum van opdracht). № 1356 M. 1930. 10/6
Rapport
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
te Amsterdam.
Ingevolge Uwe opdracht d.d. 8 Juni ll., eene opgave te verstrekken betreffende het gebruik der bergruimten in het Gemeentelijk veilingsgebouw aan de Groentenmarkt, heb ik de eer UEd. het volgende mede te deelen.
De bergruimten in het Gem. veilingsgebouw zijn geheel bezet, hetzij ten behoeve der veilingsexploitatie of wel voor andere doeleinden.
Een juist overzicht vindt UEd. op nevenstaande plattegrond.
[Plattegrond/Tabel met de volgende tekstvakken]:
Kolom 1 (Links):
* Stalling paarden (verticaal geschreven)
* Singer
* Bergplaats de Jong & Koenen
* Café
Kolom 2 (Midden):
* de Leeuw (boven stippellijn)
* Veiling (centraal deel)
Kolom 3 (Rechts):
* Pieterse (stalhouder)
* Singer
* de Jong & Koene Bergplaats
* Singer
* Stalling paard }
* de Jong & Koene en Bergplaats Blijvenveen } № 1.
* Kantoor
* de Jong & Koene
De gedeelten, aangegeven met Singer, dienen tot berging van Naaimachine onderdeelen, aangegeven met Pieterse, tot berging van karren of wagens, aan,, * Administratieve context: Het betreft een interne rapportage binnen de gemeente Amsterdam (Marktwezen). Het document dient om de directeur te informeren over de ruimtelijke bezetting van een gemeentelijk gebouw.
* Economische bedrijvigheid: Het overzicht toont een mix van publieke functies (veiling, kantoor) en private huurders. Opvallend is de aanwezigheid van de bekende naaimachinefabrikant Singer, die blijkbaar aanzienlijke opslagruimte in de markthallen huurde voor onderdelen.
* Tijdsbeeld: De vermelding van "stalling paarden" en "karren of wagens" naast een modern industrieel bedrijf als Singer typeert de overgangsperiode van 1930, waarin paard-en-wagen nog een essentiële rol speelden in het transport binnen de stad en op de markt.
* Locatie: De "Groentenmarkt" verwijst in deze context naar de groenten- en fruitmarkt in Amsterdam. In 1930 was men volop bezig met de voorbereidingen voor of de overgang naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934), maar veel activiteiten vonden nog plaats op de oudere locaties (zoals de Marnixstraat). Dit document stamt uit het interbellum, een periode waarin Amsterdam haar marktvoorzieningen moderniseerde en centraliseerde. De efficiënte benutting van gemeentelijk vastgoed was een belangrijk punt van toezicht voor de directeur van het Marktwezen. Bedrijven zoals De Jong & Koene en de stalhouder Pieterse waren waarschijnlijk vaste spelers in de logistieke keten rondom de Amsterdamse markthandel. Het gebruik van markthallen voor niet-marktgerelateerde opslag (zoals Singer naaimachine-onderdelen) wijst op een pragmatisch verhuurbeleid van de gemeente om inkomsten te genereren uit de beschikbare "bergruimten".