Ambtelijk advies / brief aan een wethouder.
Origineel
Ambtelijk advies / brief aan een wethouder. 22 juni 1920. No. 1358 M.
25 bijl.
22 Juni 1920
Weth. v.w.
Onder terugzending van het mij om bericht en raad gezonden nader rapport van den H.C. van Politie over het aanwijzen van het Haarlemmerplein als kostelooze marktplaats, heb ik de eer u nog het volgende op te merken.
Dat de drukte op het Haarlemmerplein niet belangrijk zal vermeerderen, wanneer een kostelooze markt wordt gesticht, moet ik ten stelligste [doorgehaald: beslist] tegenspreken. Immers zullen dan de beide vluchtheuvels geheel aan het verkeer worden onttrokken, [doorgehaald: terwijl] doordien de venters met hun aanhang de beide pleintjes zullen bevolken, en hierdoor het verkeer langs den openbaren weg alleen vergrooten.
[In de kantlijn:] Ten einde aan te toonen dat de opmerking van den H.C. niet juist is, waar hij zegt dat de vluchtheuvels nimmer op een pad volle hun gebruikt worden, deed ik door het marktpersoneel nagaan van welken omvang het voetgangersverkeer over bedoelde pleintjes was in de richting van den Haarlemmerdijk naar de brug voor het Nassauplein en omgekeerd; het resultaat daarvan was als hieronder: -
(2) 12 Juni van 8 tot 9 uur voormiddags 4320 voetgangers
(4) 28 [Juni] " 10 " 11 " " 4764 "
(3) 12 Juni " 12 " 1 namiddags 6752 "
(1) [12 Juni] " 4 " 5 " " 5880 " * Handschrift: Het betreft een vlot maar formeel ambtelijk handschrift in cursief. Er zijn enkele doorhalingen en correcties zichtbaar die wijzen op het redigeren van een concept.
* Inhoud: De schrijver (vermoedelijk een ambtenaar van Publieke Werken of de Marktdienst) voert een krachtig argument aan tegen een voorstel van de Hoofdcommissaris (H.C.) van Politie. De politie meende dat een markt op het Haarlemmerplein geen extra verkeersdrukte zou geven. De schrijver weerlegt dit met harde cijfers.
* Kernargument: De vluchtheuvels (pleintjes) op het Haarlemmerplein fungeren als cruciale doorstroompunten voor voetgangers tussen de Haarlemmerdijk en het Nassauplein. Als deze bezet worden door marktkooplui ("venters met hun aanhang"), worden de voetgangers naar de rijweg gedwongen, wat de verkeersonveiligheid vergroot.
* Data: De tellingen tonen een enorme voetgangersstroom aan: tussen de 4.320 en 6.752 passanten per uur op één specifiek punt. Dit document stamt uit een periode waarin Amsterdam (en met name de Jordaan/Haarlemmerbuurt) kampte met grote drukte op straat door de opkomst van gemotoriseerd verkeer in combinatie met de traditionele straathandel. De gemeente probeerde deze handel te reguleren door vaste marktplaatsen aan te wijzen.
De discussie tussen de Politie (die keek naar ordehandhaving) en de technische diensten (die keken naar verkeersdoorstroming en infrastructuur) is kenmerkend voor de vroege twintigste-eeuwse stadsplanning. Het Haarlemmerplein was destijds een belangrijke toegangspoort tot de stad, waar tramlijnen, voetgangers en karren samenkwamen. De hier gepresenteerde cijfers geven een zeldzaam inzicht in de werkelijke intensiteit van het voetgangersverkeer in die tijd. H.C. van Politie Politie Publieke Werken