Archief 745
Inventaris 745-54
Pagina 222
Dossier 109
Jaar 1920
Stadsarchief

Handgeschreven brief (concept of kopie).

9 juli 1920. Van: Onbekend (geparafeerd met C.H.C.), mogelijk een functionaris bij de gemeente Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (concept of kopie). 9 juli 1920. Onbekend (geparafeerd met C.H.C.), mogelijk een functionaris bij de gemeente Amsterdam. Sp. Rust. 9 Juli 1920.

No 1374

Hoofd Visch voorziening

Naar aanleiding van de dictaten in Uw brief dd 14 Juni jl No. 210 waarin U opmerkt dat ik de telefoon van den marktmeester zonder uw weten op die van den visch-winkel heb doen inschakelen, merk ik U op dat een dergelijke handelwijze zeer tegen de door mij gevolgde gewoonte zou indruischen. Ik meen mij dan ook stellig te herinneren dat ik met den marktmeester den toestand ter plaatse in oogenschouw heb genomen, [marge:] en daarna over de aangelegenheid heb gesproken. Ik verzoek U beleefd in den vervolge in officiële stukken een dergelijke zinsnede zonder eenig bewijs niet meer te bezigen.

w.g. [?]
C.H.C. De schrijver van deze brief reageert met een mengeling van zakelijke correctheid en ingehouden irritatie op een beschuldiging van het "Hoofd Vischvoorziening". In een eerdere brief (van 14 juni) werd de schrijver blijkbaar verweten dat hij eigenhandig een telefoonverbinding van de marktmeester had laten omleggen naar de viswinkel, zonder toestemming of medeweten van de leiding.

De schrijver verdedigt zijn professionele integriteit door te stellen dat een dergelijke handelwijze indruist tegen zijn vaste gewoonten. Hij voert aan dat hij de situatie ter plaatse juist wél heeft bekeken met de marktmeester en de kwestie daarna heeft besproken (zoals toegevoegd in de kantlijn). De brief eindigt met een scherpe reprimande: het verzoek om in officiële correspondentie geen onbewezen beschuldigingen ("zinsneden zonder enig bewijs") meer te uiten. De toon is formeel-ambtelijk, maar de boodschap is een duidelijke terechtwijzing aan een superieur of collega-afdelingshoofd. Het document dateert uit 1920 en is direct gerelateerd aan de Gemeentelijke Vischvoorziening van Amsterdam. Tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog greep de gemeente Amsterdam (onder impuls van wethouder Wibaut) in de voedseldistributie in om de prijzen betaalbaar te houden voor de arbeidersbevolking. De Vischvoorziening was een van deze gemeentelijke instanties die zorgde voor de inkoop en verkoop van vis.

Het geschil over de telefoonverbinding lijkt triviaal, maar illustreert de bureaucratische processen en de strikte hiërarchie binnen de gemeentelijke diensten van die tijd. Telefoonlijnen waren destijds kostbare en schaarse middelen; het ongeoorloofd verleggen ervan werd gezien als een serieuze procedurefout. Het document biedt een inkijkje in de interne spanningen en de ambtelijke etiquette van een groeiend gemeentelijk apparaat in het Amsterdam van de vroege twintigste eeuw.

Samenvatting

De schrijver van deze brief reageert met een mengeling van zakelijke correctheid en ingehouden irritatie op een beschuldiging van het "Hoofd Vischvoorziening". In een eerdere brief (van 14 juni) werd de schrijver blijkbaar verweten dat hij eigenhandig een telefoonverbinding van de marktmeester had laten omleggen naar de viswinkel, zonder toestemming of medeweten van de leiding.

De schrijver verdedigt zijn professionele integriteit door te stellen dat een dergelijke handelwijze indruist tegen zijn vaste gewoonten. Hij voert aan dat hij de situatie ter plaatse juist wél heeft bekeken met de marktmeester en de kwestie daarna heeft besproken (zoals toegevoegd in de kantlijn). De brief eindigt met een scherpe reprimande: het verzoek om in officiële correspondentie geen onbewezen beschuldigingen ("zinsneden zonder enig bewijs") meer te uiten. De toon is formeel-ambtelijk, maar de boodschap is een duidelijke terechtwijzing aan een superieur of collega-afdelingshoofd.

Historische Context

Het document dateert uit 1920 en is direct gerelateerd aan de Gemeentelijke Vischvoorziening van Amsterdam. Tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog greep de gemeente Amsterdam (onder impuls van wethouder Wibaut) in de voedseldistributie in om de prijzen betaalbaar te houden voor de arbeidersbevolking. De Vischvoorziening was een van deze gemeentelijke instanties die zorgde voor de inkoop en verkoop van vis.

Het geschil over de telefoonverbinding lijkt triviaal, maar illustreert de bureaucratische processen en de strikte hiërarchie binnen de gemeentelijke diensten van die tijd. Telefoonlijnen waren destijds kostbare en schaarse middelen; het ongeoorloofd verleggen ervan werd gezien als een serieuze procedurefout. Het document biedt een inkijkje in de interne spanningen en de ambtelijke etiquette van een groeiend gemeentelijk apparaat in het Amsterdam van de vroege twintigste eeuw.

Kooplieden in dit dossier 31

H.L. Bonte Waterlooplein 380
H.L. Bonte Waterlooplein 150
V.V.O. Diverse Waterlooplein 4,10-8,50
V.V.O. Diverse Waterlooplein -
V.V.O. Diverse Waterlooplein *433 „ 200 Malta*
V.V.O. Diverse Waterlooplein *H. O. K.*
A. Geboorte Waterlooplein *"*
R. Eigenheimers Waterlooplein 4,10
R. Eigenheimers Waterlooplein *Drente*
R. Eigenheimers Waterlooplein -
E.A. Borgerstr Waterlooplein 3,25. 6,45
A. Geboorte Waterlooplein *Friesland*
Geldersche Bravo's Waterlooplein -
A. Groenten Waterlooplein 1549
79 gulden). " 0,23
B. Schelvisch " 0,45
Polder poters Waterlooplein -
Rijper *Limburgsche industrie* Waterlooplein *Limburg*
K. Bloemen Waterlooplein 222
R. Eigenheimers Waterlooplein *N. Holl. eilanden*
Zeeuwsche blauwen Waterlooplein 10.- 10,75
A. Geboorte Waterlooplein *Zeeland*
Alle 31 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2