Archiefdocument
Origineel
14 juni 1920. In antwoord op het door U aan mij toegezonden schrijven van den Marktmeester P. Mol. No. 1374 d.d. 2 juni 1920 om advies heb ik de eer U het volgende mededeelen.
Volkomen kan ik mij de bezwaren door Uw marktmeester naar voren gebracht voorstellen en is bij het bestendigen van het gemeenschappelijk gebruik van bedoeld telefoontoestel daaraan niets te verhelpen.
Grootere bezwaren verbonden aan het hebben van één telefoonnummer voor het Marktwezen en den vischwinkel Nieuwmarkt, is door mij nog onlangs zelf geconstateerd.
Den 8en juni verzocht ik aansluiting met No. 1315 Noord, welk verzoek door mij telkens werd herhaald. Ik kreeg geen gehoor, waarop ik persoonlijk naar den winkel ging en daar ontdekte het toestel overstond op het kantoor der marktmeester, terwijl er niemand zich daar bevond.
De mogelijkheid is niet uitgeslo-
ten Dit document is een ambtelijk advies over een praktisch probleem binnen de gemeentelijke organisatie van Amsterdam in 1920. Het kernprobleem is de gedeelde telefoonlijn tussen de administratie van het Marktwezen en de gemeentelijke viswinkel aan de Nieuwmarkt.
De schrijver bevestigt de klachten van de marktmeester en illustreert de onwerkbaarheid met een anekdote: hij probeerde op 8 juni herhaaldelijk te bellen naar het nummer '1315 Noord', maar kreeg geen contact omdat het toestel onbeheerd was doorgeschakeld naar een ander kantoor. De brief toont aan dat een gedeelde lijn de bereikbaarheid van beide instanties in gevaar bracht. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U het volgende mededeelen"). In de vroege 20e eeuw was de telefoon nog een relatief nieuwe technologie in de bedrijfsvoering. Om kosten te besparen werden aansluitingen vaak gedeeld (vergelijkbaar met een 'party line' of een interne doorverbinding), maar dit leidde vaak tot logistieke problemen.
De 'Dienst Marktwezen' en de 'Afdeeling Vischvoorziening' waren cruciaal voor de voedseldistributie in Amsterdam. Vooral na de Eerste Wereldoorlog greep de gemeente Amsterdam actief in de markt in door zelf viswinkels te exploiteren om voedsel voor de burgerbevolking betaalbaar te houden. De viswinkel aan de Nieuwmarkt was een van de centrale punten in dit systeem. Efficiënte communicatie was essentieel voor de handel, wat de urgentie van dit schrijven verklaart.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk advies over een praktisch probleem binnen de gemeentelijke organisatie van Amsterdam in 1920. Het kernprobleem is de gedeelde telefoonlijn tussen de administratie van het Marktwezen en de gemeentelijke viswinkel aan de Nieuwmarkt.
De schrijver bevestigt de klachten van de marktmeester en illustreert de onwerkbaarheid met een anekdote: hij probeerde op 8 juni herhaaldelijk te bellen naar het nummer '1315 Noord', maar kreeg geen contact omdat het toestel onbeheerd was doorgeschakeld naar een ander kantoor. De brief toont aan dat een gedeelde lijn de bereikbaarheid van beide instanties in gevaar bracht. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U het volgende mededeelen").
Historische Context
In de vroege 20e eeuw was de telefoon nog een relatief nieuwe technologie in de bedrijfsvoering. Om kosten te besparen werden aansluitingen vaak gedeeld (vergelijkbaar met een 'party line' of een interne doorverbinding), maar dit leidde vaak tot logistieke problemen.
De 'Dienst Marktwezen' en de 'Afdeeling Vischvoorziening' waren cruciaal voor de voedseldistributie in Amsterdam. Vooral na de Eerste Wereldoorlog greep de gemeente Amsterdam actief in de markt in door zelf viswinkels te exploiteren om voedsel voor de burgerbevolking betaalbaar te houden. De viswinkel aan de Nieuwmarkt was een van de centrale punten in dit systeem. Efficiënte communicatie was essentieel voor de handel, wat de urgentie van dit schrijven verklaart.