Dienstbrief (administratieve correspondentie)
Origineel
Dienstbrief (administratieve correspondentie) 14 juli 1920 Vermoedelijk een ambtenaar of directeur van een gemeentelijke dienst (getekend met een paraaf en 'O.W.' mogelijk wijzend op Openbare Werken of een specifieke functionaris). No 1493 M. 1920.
1493
[Paraaf rechtsboven]
[In cirkel:] diverse bijlagen
Fnw 69 L Wz,
Amsterdam 14 Juli 1920
Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen
te
Amsterdam.
Naar aanleiding van Uw schrijven dato 12 dezer met verwijzing naar het bij Uw apostille dato 21 Juni jl toegezonden schrijven van den Heer Wethouder voor de Financiën, heb ik de eer U het volgende te berichten:-
Overeenkomstig Uw opdracht om de Inventarisstaat der Centrale Keuken, te doen controleeren, heb ik, aangezien de inventaris grootendeels uit machines en gereedschappen bestaat en bij mijn dienst niemand werkzaam is, die voldoende ~~techni-~~ technische kennis bezit, noodig voor het controleeren van dien inventaris, aan den Dienst der Publieke Werken verzocht die werkzaamheden te verrichten.
Bij schrijven dato 10 dezer, ontving ik van P. W. een opnieuw samengestelden Inventarisstaat, welken U hierbij gelieve aan te treffen.
Ik stel U voor de overdracht op grond van laatstbedoelden Inventarisstaat te doen geschieden.
[Handtekening/Paraaf] De brief betreft de administratieve afhandeling van de inventaris van de "Centrale Keuken" in Amsterdam. De schrijver reageert op een opdracht van de Wethouder voor de Levensmiddelen om deze inventaris te controleren.
Een opvallend punt in de correspondentie is de eerlijkheid over het gebrek aan expertise binnen de eigen dienst; omdat de inventaris veel technische machines bevat, is de hulp van de Dienst der Publieke Werken (P.W.) ingeschakeld. Deze heeft een nieuwe inventarislijst opgesteld, die nu als basis moet dienen voor de formele overdracht van de goederen. Het taalgebruik is typisch voor de vroege 20e-eeuwse bureaucratie, met termen als "dato dezer" (van deze maand), "apostille" (kanttekening of bijvoegsel) en "jl" (jongstleden). In de periode rond de Eerste Wereldoorlog en de jaren direct daarna (1914-1920) werden in grote Nederlandse steden zoals Amsterdam "Centrale Keukens" ingericht. Deze waren bedoeld om de bevolking tijdens de voedselschaarste en distributieperiode van betaalbare maaltijden te voorzien.
In juli 1920, toen deze brief werd geschreven, was de noodsituatie van de oorlogsjaren grotendeels voorbij en werden veel van deze crisiseenheden ontbonden, geprivatiseerd of administratief overgedragen aan reguliere gemeentelijke diensten. Dit document markeert een stap in die liquidatie of overdracht, waarbij de fysieke middelen (machines en gereedschappen) nauwkeurig moeten worden verantwoord voordat de overdracht kan plaatsvinden. Centrale Keuken Publieke Werken