Archief 745
Inventaris 745-283
Pagina 274
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/memorandum

20 maart 1939 Van: J. Renz, Marktopziener Aan: Den Heer Inspecteur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthandel)

Origineel

Ambtelijke brief/memorandum 20 maart 1939 J. Renz, Marktopziener Den Heer Inspecteur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Markthandel) Waterlooplein 20 Maart 1939

Den Heer
Inspecteur

Aangezien Dhr: L. Franschman pl: n: 44 als
fruithandelaar een plaats heeft op het z:g:
fruitpleintje, zou ik U in overweging willen
geven het verzoek niet toe te staan. De reden
van het niet toestaan is, dat er voor de kooplieden
in fruit een gedeelte van het marktterrein ge-
reserveerd is, en door nu kooplieden van het
z:g: fruitpleintje te verplaatsen naar een
ander gedeelte van de markt gaat natuurlijk
het fruitpleintje als zoodanig zijn ondergang
tegemoet. M: i: is het al niet juist dat er
fruitplaats zijn toegewezen op het groote
plein, want m: i: behooren de fruitkooplieden
(nu er eenmaal een gedeelte voor aangewezen
is) bij elkaar te staan, ook losse kooplieden.-

Marktopz:
J. Renz In deze brief adviseert marktopziener J. Renz de inspecteur om een verzoek van fruithandelaar L. Franschman (standplaats 44) af te wijzen. Franschman wilde blijkbaar zijn kraam verplaatsen van het "fruitpleintje" naar een ander deel van de markt (het "groote plein").

De argumentatie van Renz is gebaseerd op een strakke marktordening:
1. Behoud van specialisatie: Het "fruitpleintje" is specifiek gereserveerd voor fruithandel. Het verplaatsen van individuele handelaren zou de levensvatbaarheid en het karakter van dit specifieke gedeelte ondermijnen.
2. Centralisatie: Renz is van mening dat alle handelaren in dezelfde branche (in dit geval fruit) bij elkaar gegroepeerd moeten staan, zowel de vaste standplaatshouders als de losse kooplieden. Hij uit hierbij zelfs kritiek op het feit dat er elders op het grote plein al fruitplaatsen zijn toegewezen, wat hij als een foutieve beleidskeuze ziet. Het document dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein in Amsterdam was in die tijd het hart van de Joodse buurt en de thuisbasis van een zeer drukke, dagelijkse markt. Veel kooplieden op deze markt waren van Joodse afkomst, wat ook geldt voor de in de brief genoemde L. Franschman.

De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de strikte ruimtelijke ordening van de Amsterdamse markten vlak voor de oorlog. De marktmeesters en -opzieners hielden streng toezicht op de indeling per productgroep om de markt overzichtelijk en efficiënt te houden. Kort na de datum van deze brief, tijdens de bezetting, zouden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden op het Waterlooplein drastisch en op tragische wijze veranderen.

Samenvatting

In deze brief adviseert marktopziener J. Renz de inspecteur om een verzoek van fruithandelaar L. Franschman (standplaats 44) af te wijzen. Franschman wilde blijkbaar zijn kraam verplaatsen van het "fruitpleintje" naar een ander deel van de markt (het "groote plein").

De argumentatie van Renz is gebaseerd op een strakke marktordening:
1. Behoud van specialisatie: Het "fruitpleintje" is specifiek gereserveerd voor fruithandel. Het verplaatsen van individuele handelaren zou de levensvatbaarheid en het karakter van dit specifieke gedeelte ondermijnen.
2. Centralisatie: Renz is van mening dat alle handelaren in dezelfde branche (in dit geval fruit) bij elkaar gegroepeerd moeten staan, zowel de vaste standplaatshouders als de losse kooplieden. Hij uit hierbij zelfs kritiek op het feit dat er elders op het grote plein al fruitplaatsen zijn toegewezen, wat hij als een foutieve beleidskeuze ziet.

Historische Context

Het document dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein in Amsterdam was in die tijd het hart van de Joodse buurt en de thuisbasis van een zeer drukke, dagelijkse markt. Veel kooplieden op deze markt waren van Joodse afkomst, wat ook geldt voor de in de brief genoemde L. Franschman.

De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de strikte ruimtelijke ordening van de Amsterdamse markten vlak voor de oorlog. De marktmeesters en -opzieners hielden streng toezicht op de indeling per productgroep om de markt overzichtelijk en efficiënt te houden. Kort na de datum van deze brief, tijdens de bezetting, zouden de beperkingen voor Joodse marktkooplieden op het Waterlooplein drastisch en op tragische wijze veranderen.

Locaties

Waterlooplein Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 10