Archiefdocument
Origineel
11 juli (jaar niet vermeld op deze pagina, maar vermoedelijk vroege 20e eeuw). 1 11 Juli 9
30/28/4 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
zelf gevestigd moet zijn, opdat de ambtenaren, wanneer het
noodig is, zich spoedig vandaar naar de markt kunnen begeven
en opdat zij, ook als zij op hun kantoor zijn, eenig overzicht
over de markt behouden. Bovendien moet het marktpubliek het
personeel gemakkelyk kunnen vinden, wanneer het de hulp van
dit personeel wenscht in te roepen. Om deze redenen leek mij
terstond het hierboven onder a) genoemde plan: vestiging van
het kantoor in een voormalig schoolgebouw in de Zwanenbur-
gerstraat, ongewenscht. In het bedoelde gebouw zou een gym-
nastieklokaal ten behoeve van mijn dienst moeten worden ver-
bouwd: de daaraan verbonden kosten zouden vry aanzienlijk
zijn, terwijl de aldus te verkrijgen oplossing ondoelmatig moet
worden geacht.
Wat het onder b bedoelde plan betreft: verplaat-
sing van het huidige gebouwtje naar een ander punt van het
Waterlooplein, diene, dat in overleg met den dienst der Pu-
blieke Werken een alleszins geschikt punt gevonden is, op
den hoek van den huidigen speeltuin (toekomstige lompen-
markt), juist tegenover het zoogenaamde fruitpleintje; op
korten afstand van de plaats waar het gebouwtje thans staat.
De kosten aan de bedoelde verplaatsing verbonden worden door
mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken op f 1600,- geraamd,
in welk bedrag geen kosten zijn begrepen voor een tydelyke
verblyfplaats voor het marktpersoneel, gedurende de uitvoe-
ring van de aan de verplaatsing verbonden werkzaamheden. Het
bestaande marktkantoortje is evenwel reeds sedert jaren te
klein en ten eenenmale ondoelmatig en onhygiënisch ingericht.
De voor kantoor bestemde ruimte, waar dus dagelyks gedurende
eenige uren, een drietal ambtenaren moet werken, meet 9 m2;
gelegenheid voor goede ventilatie ontbreekt geheel. Op het
portaaltje, waar het publiek te woord moet worden gestaan,
komt ook de w.c. uit, die dikwyls een onaangename lucht ver-
spreidt. Een behoorlijke ruimte om het publiek te doen wach-
ten en te woord te staan, ontbreekt. Voorts kan de uitgebrei-
de administratie van de vijf bovengenoemde markten, door gebrek
aan ruimte, niet goed worden opgeborgen. Ik zou dan ook on- In dit document wordt verslag gedaan van de zoektocht naar een geschikte locatie voor een marktkantoortje in Amsterdam. Er worden twee scenario's besproken:
1. Plan A: Vestiging in een oude school in de Zwanenburgerstraat. Dit wordt afgewezen omdat het te duur is (vanwege de noodzakelijke verbouwing van een gymzaal) en onpraktisch voor het toezicht op de markt.
2. Plan B: Verplaatsing van het huidige gebouwtje naar een nieuwe plek op het Waterlooplein (nabij de toekomstige 'lompenmarkt'). Hoewel dit plan de voorkeur heeft, wordt de huidige staat van het kantoortje als erbarmelijk omschreven.
De tekst geeft een zeer gedetailleerd beeld van de slechte werkomstandigheden van de marktambtenaren: een ruimte van slechts 9 m2 voor drie personen, stankoverlast door een toilet dat uitkomt op de publieksingang, en een totaal gebrek aan ventilatie en archiefruimte. Het document illustreert de stedelijke dynamiek en de ambtelijke werkwijze in Amsterdam aan het begin van de 20e eeuw. Het Waterlooplein was (en is) een centraal handelspunt, en de tekst toont de verschuivingen in het gebruik van de ruimte (zoals de transitie van een speeltuin naar een lompenmarkt). Daarnaast getuigt het document van de toenemende aandacht voor hygiëne en doelmatige huisvesting van overheidsdiensten in een tijd waarin de bureaucratie en administratie van de stad (hier specifiek voor vijf verschillende markten) sterk groeiden. De communicatie tussen de verschillende diensten (Levensmiddelen en Publieke Werken) benadrukt de formele hiërarchie binnen de gemeente.