Ambtelijk bijblad/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). Mei 1939 (specifieke data: 11/5, 12/5, 17/5, 20/5 en 25/5). [Links boven, voorgedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/35/1 1939
DOORGEZONDEN: 11/5
[Rechts boven, handgeschreven]
27
S. Lam pl. 9 Uilenburg
" 246 Waterlooplein
[Centrale tekst]
bij mij ontboden
S. Lam deelde mij mede, dat de
kwestie met zijn tabaksvergunning
spoedig zal worden opgelost. Hij verzocht
thans twee maanden uitstel tot het
bezetten van zijn plaatsen op de markten
Uilenburg en Waterlooplein.
Tegen inwilliging van dit verzoek bestaat
m.i. geen bezwaar.
Marktgeld wordt door Lam geregeld be-
taald.
[Rechterkant, diverse aantekeningen]
Oproeping
12-5-39
de Haer [?]
m.i. tel
17/5
20-5-39
de Haer [?]
[Onderkant, rood potlood]
30/35/2
[Linksonder]
25/5-39
5
[Paraaf]
[Voetnoot, voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijk verslag van een gesprek met een marktkoopman genaamd S. Lam. Lam is "ontboden" (opgeroepen) door een ambtenaar, waarschijnlijk van de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam.
De kern van de zaak is dat Lam zijn toegewezen plaatsen op de markten van Uilenburg en het Waterlooplein tijdelijk niet bezet. De reden hiervoor is een administratieve of juridische complicatie rondom zijn tabaksvergunning. Hij verwacht dat dit snel opgelost zal zijn en vraagt om twee maanden uitstel. De rapporterend ambtenaar adviseert positief op dit verzoek ("geen bezwaar"), aangezien Lam wel keurig zijn marktgeld (de staanplaatsvergoeding) blijft doorbetalen.
Verschillende data en parafen aan de zijkant en onderkant tonen de administratieve afhandeling en opvolging van dit verzoek gedurende de maand mei 1939. Dit document stamt uit mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De genoemde locaties, Uilenburg en het Waterlooplein, vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. De marktkoopman S. Lam (zeer waarschijnlijk Salomon Lam) was een van de vele Joodse handelaren die op deze markten hun brood verdienden.
In deze periode nam de regeldruk voor Joodse ondernemers toe, hoewel de meest ingrijpende anti-Joodse maatregelen pas na de bezetting in 1940 werden ingevoerd. Administratieve stukken zoals deze bieden een waardevolle inkijk in het dagelijks leven en de bureaucratische processen waarmee markthandelaars in die tijd te maken hadden. Het feit dat de ambtenaar Lam positief gezind is vanwege zijn betalingsmoraal, getuigt van een strikt zakelijke, ambtelijke afhandeling vlak voor de oorlog uitbrak.