Officiële brief/oproeping.
Origineel
Officiële brief/oproeping. 20 oktober 1939. Marktwezen Amsterdam (Dienst van de Gemeente Amsterdam). MARKTWEZEN AMSTERDAM KN.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
Handgeschreven: Verzonden 20/10 -'39
No. 30/60/3 M.
BIJLAGE _
ONDERWERP: _
AMSTERDAM (W.) 20, October 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer M.Pinto,
Weesperstraat 32 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt gegeven aan de aan U gerichte schriftelyke waarschuwing om Uw plaats op de markt Waterlooplein regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden ingetrokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op 23 October a.s. om 9 uur v.m. te komen by den Inspecteur van myn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West.
De Directeur,
(Ondertekening ontbreekt op dit kopie/doorslag) Deze brief is een formele waarschuwing en een oproep voor een hoorzitting vanuit de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De heer M. Pinto, een marktkoopman met een standplaats op de Waterloopleinmarkt, wordt ervan beschuldigd zijn plek niet regelmatig te bezetten.
Volgens het marktreglement (artikel 11) is het ongebruikt laten van een toegewezen plek een grond voor intrekking van de vergunning. Voordat de directeur van het Marktwezen deze definitieve beslissing neemt, krijgt de heer Pinto de gelegenheid om zich te verantwoorden bij de inspecteur aan de Jan van Galenstraat (waar de Centrale Markthallen gevestigd waren). Het taalgebruik is zakelijk en autoritair ("behoort Uw marktplaats... te worden ingetrokken"). De datum van deze brief, 20 oktober 1939, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was in de buurlanden al uitgebroken.
De geadresseerde, de heer M. Pinto, woonde in de Weesperstraat, het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. Ook de markt op het Waterlooplein was van oudsher een plek waar zeer veel Joodse handelaren werkten. Brieven als deze maken deel uit van de administratieve geschiedenis van de Joodse bevolking van Amsterdam vlak voor de bezetting.
Vaak bleven marktplaatsen onbezet door economische malaise of persoonlijke omstandigheden. In de jaren die volgden (1940-1945) zou de administratie van het Marktwezen een grimmigere rol gaan spelen bij het uitsluiten en registeren van Joodse marktkooplieden onder druk van de Duitse bezetter. Dit document toont echter de situatie net vóór die ingrijpende veranderingen, waarin de normale gemeentelijke handhaving nog de boventoon voerde. M. Pinto Gemeente Amsterdam Marktwezen