Getypte brief (doorslag of kopie)
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) 9 december 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) [Rechtsboven, handgeschreven:]
Heer Fr. de Boer.
[Midden boven, handgeschreven:]
extra
[Linksboven:]
VP/HG.
30/73/2 M.
[Rechts:]
9 December 1939.
[Adresblok:]
den Heer J.Franschman,
Blasiusstraat 73 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 7 November jl.
verleende ik U hierbij gedurende ten hoogste twee maanden na
dato dezes, in verband met Uw gezondheidstoestand, toestem-
ming om zich op Uw plaatsen op de markten Waterlooplein en
Uilenburg te laten vervangen door Uw zoon L.Franschman, ge-
boren 15 Maart 1911.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, Dit document is een officiële administratieve beslissing aangaande de exploitatie van marktplaatsen in Amsterdam. De kern van de brief is de verlening van tijdelijke toestemming (voor maximaal twee maanden) aan de heer J. Franschman om zijn werkzaamheden op de markt te laten waarnemen door zijn zoon, L. Franschman (destijds 28 jaar oud). De reden hiervoor is de gezondheidstoestand van de vader.
De brief specificeert twee locaties: de markt op het Waterlooplein en de markt op de Uilenburg. Het feit dat de vergunninghouder op twee verschillende markten "plaatsen" (standplaatsen) had, duidt op een actieve handelsonderneming. De aanduiding "Wijk 11" verwijst naar de oude administratieve wijkindeling van Amsterdam. De datum, 9 december 1939, is historisch saillant: het is de periode van de "Schemeroorlog", enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland in mei 1940. De genoemde locaties (Waterlooplein en Uilenburg) en de achternaam Franschman wijzen onmiskenbaar op de Joodse achtergrond van de betrokkenen en hun inbedding in de economische structuur van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
Het Marktwezen was in die tijd strikt gereguleerd; marktkooplieden moesten persoonlijk hun standplaats bezetten. Vervanging door familieleden was enkel mogelijk met expliciete toestemming van de directeur van de gemeentelijke dienst, zoals dit document illustreert. Dergelijke documenten zijn van grote waarde voor historisch onderzoek naar de Amsterdamse markthandel en bieden vaak de laatste bureaucratische sporen van Joodse gezinnen voordat de bezettingsmaatregelen hun leven en werk onmogelijk maakten. J. Franschman L. Franschman Marktwezen