Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 14 juni 1939. Nederlandsche Standwerkersbond „Door Samenwerking Verbetering”. [Briefhoofd]
№ 31/33 / M. 1939 12/6
NEDERLANDSCHE STANDWERKERSBOND
„DOOR SAMENWERKING VERBETERING”
OPGERICHT 2 MEI 1923 TE AMSTERDAM - GOEDGEK. BIJ KON. BESL. VAN 15 NOV. 1923 No. 32 - STAATSBL. 233
SECR. : A. MORPURGO - SINT ANT. BREESTRAAT 38 - AMSTERDAM-C.
AMSTERDAM, 14 Juni 1939.
Den WelEd.Heer
Directeur
van het
marktwezen ,
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W .
[Handgeschreven: zie Insp.]
Namens bestuurderen van bovengenoemden Bond heb ik de eer, Uw aandacht te vestigen op klachten van enige onzer leden over de buitengewoon slechte bestrating van het z.g.pleintje aan de Joden - Houttuinen ,bij de brug van de Uilenburgerstraat .
De kuilen op het gemeld pleintje zijn zo gevaarlijk dat herhaalde-lijk bezoekers der Uilenburgmarkt er struikelen, wat ook niet bevorde-lijk is voor het bezoek aan die markt .
Bestuurderen van bovengenoemden Bond zullen het ten zeerste op prijs stellen Indien U de nodige maatregelen zoudt willen nemen opdat gemeld euvel zo spoedig mogelijk uit de weg wordt geruimd .
Hopende dat U aan gemelden klacht de nodige aandacht zult schen-ken , en U bij voorbaat dankend voor Uw medewerking, verblijve
Met Hoogachting,
Namens het bestuur,
[Handtekening: A Morpurgo]
Secretaris . De brief is een formeel verzoek van een beroepsvereniging (de Standwerkersbond) aan de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk is voor de markten in Amsterdam. De kern van de klacht betreft de fysieke staat van de openbare ruimte bij de Uilenburgerstraat en de Joden-Houttuinen.
De toon is uiterst beleefd en ambtelijk ("heb ik de eer", "ten zeerste op prijs stellen"), wat kenmerkend is voor de correspondentie uit die tijd. De argumentatie is tweeledig: enerzijds de veiligheid van de bezoekers (het risico op struikelen door kuilen) en anderzijds het economisch belang (de negatieve invloed op de bezoekersaantallen van de markt).
De handgeschreven notitie "zie Insp." suggereert dat de directeur de brief heeft doorgeleid naar een inspecteur voor verdere afhandeling of verificatie ter plaatse. Dit document stamt uit juni 1939, minder dan een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locaties die in de brief worden genoemd — de Joden-Houttuinen en de Uilenburgerstraat — vormden het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam. De Uilenburgmarkt was een levendige plek waar veel Joodse standwerkers en kooplieden hun brood verdienden.
De secretaris van de bond, Abraham Morpurgo, was een bekende figuur in de Joodse gemeenschap en de Amsterdamse marktwereld. Zijn kantoor aan de Sint Antoniesbreestraat bevond zich eveneens in deze wijk.
Historisch gezien geeft deze brief een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine burgerlijke zorgen (zoals de bestrating) in een wijk die kort daarna door de oorlog en de Holocaust fundamenteel en tragisch zou veranderen. Het document illustreert de georganiseerde wijze waarop standwerkers destijds hun belangen verdedigden via een erkende bond. A. Morpurgo Marktwezen