Archiefdocument
Origineel
Verschillende aantekeningen uit de periode mei t/m juli 1939. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/36/5 1939
DOORGEZONDEN: 30/6
[Tekst bovenaan:]
M. Groenteman
pl. bas Uilenburg
pl 133 Waterlooplein
[Aantekeningen over de stempel en rechts daarvan:]
31/36/6 [in rood potlood]
3 29/7 39 Th. Uitvlugt
& plaats Uilenburg per 1/7 '39 afvoeren.
[Rechterkolom boven:]
Th. Remay
Th Uitvlugt
advies
30-6-39
dEllaer
[Midden- en hoofdtekst:]
M. Groenteman bij mij ontboden
en hem medegedeeld, dat
wanneer hij wegens ziekte zijn
plaats niet kan bezetten hij een
doktersverklaring moet inzenden.
Tevens heb ik hem medegedeeld
dat hij zorg moet dragen, ook tijdens
zijn afwezigheid marktgeld te betalen.
Groenteman heeft geen dokters-
verklaring ingezonden en heeft thans
schuld. M.i. moet plaats worden ingetrokken - 26-7-39 dEllaer
[Losse aantekeningen midden-rechts:]
3/7-39. T. Clle.
oproepen
a.s. Vrijdag 14/7
dEllaer
Heeft Groenteman
marktgeld betaald??
Hm 19/7
niet betaald
p 14/7 8 uur
[Voorgedrukte tekst onderaan:]
Alg. Zaken Model No. 11
10.000 10-1937-1016 Dit document is een ambtelijk verslag over de discipline en betalingsmoraal van markthandelaar M. Groenteman. De kern van het conflict is dat Groenteman zijn standplaats niet bezet, maar verzuimt de noodzakelijke bewijslast (een doktersverklaring) te leveren. Bovendien bouwt hij een schuld op omdat hij het verschuldigde marktgeld niet voldoet tijdens zijn afwezigheid.
Verschillende ambtenaren (waaronder d’Ellaer en Uitvlugt) zijn bij de zaak betrokken. Er vindt een escalatie plaats: van een waarschuwing en het 'ontbieden' van de handelaar naar een definitief advies op 26 juli 1939 om de standplaats volledig in te trekken vanwege de ontstane schuld en het uitblijven van de medische verklaring. De notities tonen een strikte bureaucratische handhaving van de marktregels. De locaties Uilenburg en Waterlooplein waren het centrum van de Joodse marktbuurt in Amsterdam. In 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, was de economische positie van veel kleine zelfstandigen in deze wijk precair. Voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam was de markthandel een essentiële bron van inkomsten.
Dergelijke documenten uit de gemeentelijke archieven bieden een gedetailleerd beeld van hoe het dagelijks leven en de kleine economie werden gereguleerd. Het illustreert ook de persoonlijke drama's achter de administratie: ziekte die leidt tot financiële problemen, die vervolgens weer leiden tot het verlies van de officiële standplaats (en daarmee het inkomen). Kort na deze notities, vanaf mei 1940, zouden de omstandigheden voor Joodse markthandelaren door de bezettingsmaatregelen nog drastischer veranderen. M. Groenteman M. No T. Clle Gemeente Amsterdam