H.P. Yff
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Getypte brief (doorslag of officiële kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Dit document is een formeel ultimatum betreffende een betalingsachterstand van "standplaatsgeld". De ontvanger, de heer H.P. Yff, wordt gesommeerd om uiterlijk op 4 mei 1939 — slechts twee dagen na dagtekening — zijn schuld te vereffenen. De brief is opgesteld vanuit de Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam. Dit is het adres van de Centrale Markthallen, wat bevestigt dat de afzender de directie van het marktwezen is. De sanctie die wordt aangekondigd is streng: het intrekken van de vergunning. Dit zou niet alleen de heer Yff treffen, maar ook zijn onderhuurders, wat duidt op een structuur waarbij de heer Yff kramen bezat of beheerde die hij vervolgens weer aan derden verhuurde. De handgeschreven notitie "Verzonden 3/5" wijst op de administratieve verwerking; de brief is daadwerkelijk een dag na de getypte datum op de post gegaan.
Getypte brief (aanmaning) met handgeschreven kanttekening.
* **Inhoud:** De brief is een formele sommatie tot betaling van achterstallig standplaatsgeld en kramengeld. Er wordt een strikte deadline gesteld (4 mei 1939). * **Sanctie:** Bij niet-betaling dreigt de directeur met een voordracht aan het college van Burgemeester en Wethouders om de exploitatievergunning in te trekken. Dit zou betekenen dat de geadresseerde zijn kramen niet meer op de Amsterdamse markten mag plaatsen. * **Bedrijfsvoering:** Uit de tekst ("Uw huurders zullen dan verplicht zyn...") blijkt dat de heer Yff optrad als kraamverhuurder; hij bezat kramen die hij weer onderverhuurde aan individuele marktkooplieden. * **Taalgebruik:** De tekst bevat typische vooroorlogse spelling en ambtelijke formuleringen (bijv. "uiterlyk", "mynen", "in bylage doe ik U... toekomen").
Dienstbrief / Aanmaning
Het document is een formele aanmaning betreffende achterstallig standplaatsgeld. De toon is dwingend en bureaucratisch. De kern van de brief is een ultimatum: indien de schuld niet binnen twee dagen (uiterlijk 4 mei) is voldaan, zal de directeur bij het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) adviseren om de vergunning van de heer Yff in te trekken. De brief is interessant omdat deze inzicht geeft in de zakelijke relaties op de Amsterdamse markten vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De heer Yff was blijkbaar een "kraamverhuurder": hij bezat kramen en verhuurde deze aan marktkooplui ("Uw huurders"), maar was zelf verantwoordelijk voor de afdracht van de standplaatsgelden aan de gemeente. De handgeschreven notitie linksboven is cruciaal voor de afhandeling van het dossier. Deze vermeldt dat de geadresseerde op de dag van de deadline (4 mei) een bedrag van 2,50 gulden heeft gestort via de postgiro. Dit suggereert dat de dreiging effectief was en de kwestie (voorlopig) werd opgelost.
Zakelijke correspondentie (antwoord op een bezwaarschrift)
De brief is een officiële reactie op een klacht van de heer Yff over een vermeende foutieve berekening van het "kramengeld" (stageld voor een marktkraam). De directeur verduidelijkt dat de berekening klopt op basis van de afmetingen van de gebruikte kramen. Uit de tekst blijkt dat de heer Yff vijf kramen huurde. Normaal gesproken waren deze kramen blijkbaar 3 meter breed, maar één van zijn kramen mat 6 meter. De rekensom die tot het bedrag leidde is als volgt: * 4 kramen van 3 meter = 12 meter * 1 kraam van 6 meter = 6 meter * Totaal aantal strekkende meters = 18 meter * Tarief: 1 cent per meter per dag = 18 cent. De brief is kort, zakelijk en beslist van toon.
Relevante Archieffragmenten
[Rechtsboven in de marge:] F.H. 7. 6000. 50 hv. 754. 12-'38
Antw. op No.489 P.W. dd. 7 Juli 1939. Den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
Inf. 19-8-'41 wz opb