J.J. Ber
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven fragment (waarschijnlijk het slot van een brief of ambtelijk advies).
* **Inhoud:** De tekst vormt het sluitstuk van een redenering over de rechtspositie of standplaats van "marktgedeelten". Er wordt een afweging gemaakt tussen het behouden van een vaste plek en de "billijkheid" (rechtvaardigheid/redelijkheid) om na een bepaalde periode de bezetting van die plekken te herzien ("uit de vaste formatie worden gelicht"). * **Taalgebruik:** Het taalgebruik is formeel en juridisch-administratief van aard. Woorden als "billijkheid", "omlijnd tijdvak" en "vaste formatie" wijzen op een ambtelijke context, mogelijk gerelateerd aan marktverordeningen of ruimtelijke ordening. * **Handschrift:** Een verzorgd, hellend cursief handschrift dat typerend is voor de vroege 20e eeuw. De handtekening is voorzien van een karakteristieke krul (paraf).
Getypte doorslag (carbonkopie) van een lijst met ondertekenaars en sympathisanten ("adhaesie betuigers").
Dit document fungeert als een bewijsstuk van collectieve steun voor een niet nader genoemd schrijven van A.J.L. Schindeler. * **Demografie:** De lijst bevat 72 namen (personen en firma's). Opvallend is de enorme concentratie van achternamen die specifiek zijn voor Volendam en Edam (Schilder, Mooyer, Veerman, Koning, Botter, Vrees). Hoewel de afzender in Amsterdam woont, lijkt het verzoek namens een grote groep uit de vissersgemeenschap of een daarmee verbonden kring te zijn ingediend. * **Administratief proces:** Het stempel van maart 1942 geeft de ontvangst aan door een officiële instantie. De handgeschreven notitie "opbergen" van november 1942 suggereert dat de kwestie waarover geschreven werd maandenlang heeft gelopen alvorens het dossier werd gesloten.
Handgeschreven brief (correspondentie).
Het document is een verzoekschrift of beklag van J. Postma gericht aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De schrijver is op zoek naar werk en probeert aan te tonen dat hij in het verleden een actieve handelsrelatie had met de markthallen (bevestigd door "Heer Hogenstegen"). De kern van de brief ligt in de laatste alinea. Postma uit zijn frustratie over het feit dat hij, ondanks zijn bereidheid om elk type werk aan te nemen om in zijn levensonderhoud te voorzien, overal wordt afgewezen. Hij suggereert een discriminerende reden voor deze afwijzing met de zinsnede: *"het schijnt als men J.J. Ber is dat dan alles is afgesneden"*. De term **"J.J. Ber"** is cruciaal. In de context van 1942 (tijdens de Duitse bezetting) verwijst "J" of "J.J." vaak naar de status van "Jood" of "Joodse Burger". De toevoeging "Ber" zou kunnen refereren aan een specifieke registratie bij het Bureau Economische Recherche of een vergelijkbare instantie die toezicht hield op economische activiteiten van Joodse burgers. De brief laat de wanhopige pogingen zien van een individu om binnen een steeds restrictiever wordend systeem aan het werk te blijven.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin:] J. Brouwer
17.9.08 J 261014 I. Jas 2e J.v. Campenstr. 103 I [v] 26.10.14 J 290697 K. Jas Retiefstr. 37 I [v] 29.6.97 J 220615 S. Jas Weesperstr. 127 I [v] 22.6.15 J 131208 B.v.d. Kar Ben Viljoenstr. 1 II [v] 13.12.08 -3-
# TRANSCRIPTIE In afwachting J. Brand 1^E Anjelierdwarsstr: 7^II Amsterdam C
# TRANSCRIPTIE **Verhoor van den verdachte J. VLEESDRAAGER.**
# TRANSCRIPTIE Aan: J. F. Jansen Czaar Peterstraat 93 ^I